bandweven

Bandweven is een eenvoudige weeftechniek waarbij geen ingewikkelde getouwen, veel gereedschappen of specifieke materialen nodig zijn. In principe heb je voldoende aan een bandweefkam en een paar bolletjes garen, dat wat je echt nodig hebt is handzaam en licht. Er is altijd wel een plekje om ergens een bandweefje op te zetten en te gaan zitten weven.

Daarnaast is het makkelijk aan te leren, en biedt het veel variatie wanneer je de basis eenmaal onder de knie hebt. De banden kun je gebruiken als sierrand op je kleding, hengels voor een tas, riem, hoofdband, of aan elkaar naaien en er dan van alles mee maken

1) Termen

Ik begin met het uitleggen van een aantal termen, zodat deze bekend zijn.

 

Figuur 1
Figuur 1

Schering
De schering is de verzameling lange draden (kettingdraden) die de basis van je band vormen. De schering bepaald ook het patroon bij het bandweven. In figuur 1 zijn de schering draden aangegeven met het cijfer 2. In de bandweefkam zitten de scheringdraden in vaste gaten en in de losse sleuven. Door de kam op en neer te bewegen wisselen deze van plek, van boven naar onder.

Inslag
De inslag is de draad die haaks tussen de dubbele schering door gaat, in figuur 1 nummer 6. Deze draad houdt de schering op zijn plek. Beweeg je de kam van boven naar onderen dan fixeer je de inslagdraad op zijn plek.

Weefkam

Bandweefkam
Bandweefkam

Bestaat in diverse soorten en maten. Maar hier spreken we van de bandweefkam. In figuur 1, nummer 3.

Steekspoel

Steekspoel
Steekspoel

Hierop wordt de inslagdraad gewikkeld. Deze gaat heen en weer tussen de scheringdraad en kun je ook gebruiken om aan te slaan. In figuur 1, nummer 7.

Toer
In dit geval, in keer met je steekspoel en inslag tussen de schering door, kam verzetten en aanslaan.

Aanslaan
Aanslaan houdt in dat je de steekspoel tussen de schering zet en deze met enige kracht richting je weefsel beweegt. Je duwt je weefsel aan om te zorgen dat alles recht zit en stevig en goed op elkaar aan sluit. Je maakt tevens ruimte voor je inslagdraad. Je kunt hiervoor je steekspoel gebruiken maar ook je hand, wat voor jou prettig werkt. 

Teruglussen

Teruglussen, foto: ABC sportvissen

 

Knooptechniek om lange draden bij elkaar te houden en handzamer te maken. Sla de draden om je hand en pak met dezelfde hand de overige draden op en trek die er door heen in een lus. Je kunt hem stevig aantrekken. Als je aan het andere einde van de draden trekt, trek je de lus weer los.

2) Materiaal

  • weefkam
  • steekspoel
  • draad (katoen, wol, polyester, zijde)
  • voorts, allerhande gereedschappen en voorwerpen die handig zijn, kijk even wat voor jou het beste werkt. Ik gebruik onder andere een sluitclip (vershoudclip), extra stevig touw of garen, kleine platte stokjes (bijvoorbeeld ijslolly stokjes)of rechte stukken karton.

Als je voor het eerst begint met weven is het aan te raden om een wat dikkere draad te nemen. De draad moet sterk zijn en niet pluizen om gebroken draden en pluis wat je kam kan verstoppen te voorkomen. Het werkt het makkelijkste en het mooiste als alle draden even dik en van dezelfde soort en kwaliteit zijn. (Tenzij je gaat patroonweven, maar dat is even wat anders.)

3) Patroon bepalen

Je kunt de meest ingewikkelde patronen maken met bandweven.

Hier hou ik het voor nu even bij de meest eenvoudige; het patroon van twee rijen; ook wel doorslagbanden genoemd. Door de dubbele scheringlijnen, waarvan de losse schering in de sleuf op en neer beweegt doordat je de kam naar boven en naar beneden zet tijdens het weven, ligt eerst de ene rij (rij 1) boven en dan de andere (rij 2).

Schema
Schema

Kies nu de kleuren die je wilt in de eerste rij en dan die van de tweede rij.

Voor beeld van een kleurpatroon:

Kleurschema
Kleurschema

Het aantal draden die je dan nodig hebt is nu vrij eenvoudig af te lezen van je patroon, hoeveel gekleurde blokjes per kleur heb je?

In dit geval:

Rood= 7 draden

Oranje= 8 draden

Geel= 10 draden

Het patroon ziet er dan als volgt uit, beginnend bij rij 1, dan 2, opnieuw rij 1, weer rij 2 enz.

Kleurschema uitgewerkt
Kleurschema uitgewerkt

Knip de draden iets langer dan je de band wilt hebben want je verliest tijdens het weven een stukje lengte. Hoeveel is afhankelijk van hoe strak je weeft en hoezeer je garen rekt.

Knip ze wel allemaal even lang. Makkelijkste is om de draad om twee vaste punten heen te wikkelen (bv 2 stoelen), zo kun je ook meteen beginnen de juist spanning op alle draden zetten.

Heb je voldoende draden op de juiste lengte afmeten, in dit patroon 25 losse draden, dan wikkel je ze op een stok of lus ze terug. Probeer dit zo netjes mogelijk, of zelfs op volgorde te doen, dat scheelt later ontwarren. Heb je een hele lange band, dan kun je de schering ook deels vlechten.

Nu, wikkel de inslagdraad om je steekspoel. Je kan de kleur kiezen van je buitenste scheringdraden, in dit geval dus rood, dan zie je weinig van de inslagdraad terug. Je kunt ook voor een totaal andere kleur kiezen, kwestie van smaak. Je zal een stukje van de draad kunnen zien aan de buitenkant van de band. Hoe langer de band, des te meer inslagdraad je nodig hebt. Wees er hoe dan ook niet zuinig mee want dan moet je om de haverklap vernieuwen, maar niet te dik, want dan past hij niet meer tussen de schering door.

Steekspoel
Steekspoel of shuttle

4) Het opzetten van de band

Je begint nu met het inrijgen van de scheringdraden. Neem een uiteinde en haal die door een van de vaste gaten. Gebruik desnoods een naald of haaknaald wanneer dit handiger blijkt. Rijg in volgens je patroon/ kleurschema.

In dit geval begin je dus met rij 1, de vaste gaatjes: rood, oranje, oranje, geel, geel, geel, rood, geel, geel, geel, oranje, oranje, rood. De vaste rij zit nu vol. Ga verder met de sleuven, rij 2: rood, oranje, oranje, geel, geel, rood, rood, geel, geel, oranje, oranje, rood.

Kleurschema
Kleurschema
Ingeregen bandweefkam, bovenaanzicht
Ingeregen bandweefkam, bovenaanzicht

De uiteinden van de schering draad aan de achterkant van de kam hou je samen met bijvoorbeeld een wasknijper of een vershoudclip. Als je klaar bent neem je de losse uiteinden stevig samen, leg er een knoop in of wikkel er strak een draadje omheen. Ze mogen in ieder geval niet meer kunnen verschuiven.

5) Weven

 

Figuur 2
Figuur 2

De lange kant van de scheringlijn (figuur 2, C), op een klos of samengelust, bind je aan een stevig, vast punt. Bijvoorbeeld een deurkruk of spijl van de trapleuning, of als je buiten bent, een boom. Een extra touwtje of haak kan hierbij van pas komen. Het is ook handig als het punt iets hoger is dan je middel. Neem de kam in handen en ga op zo’n 2 meter afstand staan. (Mag langer, maar is lastiger en met een kortere afstand zit je je eigen weefwerk vaak in de weg, kijk gewoon wat voor jou werkt). Bind de knoop met de losse uiteinde vast aan je riem (figuur 2, A), of sla een extra touwtje om je middel en bind het daaraan vast. De kam blijft binnen je handbereik maar niet te dicht bij je startpunt.

Belangrijk is dat je de schering draad op continue dezelfde spanning houdt. Je kunt er een stoel bij pakken of op de grond gaan zitten, zolang de alle draden maar even strak blijven staan. Met strak bedoel ik in een rechte lijn van begin tot eind met enige spanning op de schering. Dit is vrij persoonlijk ook, dus probeer uit en kijk wat voor jou werkt.

Neem nu de steekspoel. Zet de kam zo dat de draden in de vaste gaatjes boven liggen. Ga met je hand (of gebruik hiervoor je steekspoel) in het deel voor de kam, dus tussen de kam en je middel, ( figuur 2, B) tussen de bovenste en onderste scheerlijnen door. Sla de draden aan tot het begin, zodat ze allemaal goed los liggen van elkaar. Haal nu je steekspoel erdoor, van rechts, tussen de scheringdraden door, naar links. Laat een los uiteinde draad over aan de rechterkant. Sla de inslagdraad eventueel aan met vingers of met zwaard, leg hem desnoods nog even recht.

Pak nu de kam en beweeg deze naar boven zodat de scheringdraden in de sleuven boven komen te liggen. Sla aan en haal de inslagdraad erdoor van links naar rechts. Probeer de inslag draad even strak aan te trekken als de vorige keer. Het kan helpen als je het laatste stukje van de draad bij het lusje begeleid met je vingers. Leg hem eventueel weer recht. Sla aan. Pak opnieuw de kam, beweeg hem naar beneden, sla aan, haal je steekspoel erdoor, kam naar boven, sla aan, spoel erdoor enz. 

 

Bandweefsel, bovenaanzicht
Bandweefsel, bovenaanzicht

Op een gegeven moment kun je er niet meer bij de kam. Geef jezelf dan meer werkruimte door wat van de scheringdraad van de klos af te rollen of een lus eruit te trekken en trek het andere uiteinde (die bij je middel) aan.

Hou de spanning van de scheringdraden in de gaten, deze moet hetzelfde blijven.

Probeer regelmatig te weven, de band overal even breed te houden. In het begin is dit even lastig, de draden trekken samen, maar na een aantal centimeters wordt het weefsel rechter en kun je goed zien wat je doet. Je eerste band zal wat wiebelig zijn waarschijnlijk, overal een even brede bandbreedte is technisch best lastig en iets wat je met oefening onder de knie krijgt. Hulpmiddelen hierbij zijn streepjes zetten op je steekspoel, of op je vingers zodat je af kan meten, of een centimeter gebruiken en incidenteel meten. Maar kijk vooral goed. Zie je de inslagdraad, dan weef je te los, komt je patroon niet goed te voorschijn of wordt de oppervlakte erg bobbelig, dan weef je te strak.

Inslagdraad vernieuwen en afhechten

Het aanhechten heb je nu al achter de rug. Als het goed is is je band stevig genoeg om de inslagdraad op zijn plaats te houden. Bij twijfel kun je het losse stuk van de inslagdraad in de tweede toer nog een keer mee weven met de gewone inslag, helemaal of halverwege. Het losse uiteinde komt dan aan de andere kant te liggen of aan de onderkant. Deze kun je wegwerken als je band af is. Haal het door een naald en steek het een paar keer met de kleur mee weg.

Als je inslagdraad op is laat je het uiteinde hangen. Wikkel nieuwe draad om je steekspoel en ga verder waar je gebleven bent. Weef de oude inslagdraad weer een paar keer mee. Werk uiteindelijk de uiteindjes weg als je helemaal klaar bent.

Is je band helemaal af (of heb je er genoeg van of ben je er helemaal klaar mee of wat dan ook maar, je wilt ermee ophouden), Wikkel even een draadje om de schering na je laatste toer. Haal de schering uit de kam. Je kun nu de uiteinden op verschillende manieren afhechten. Je kunt per twee of drie draadjes knoopje maken, je kunt kleine vlechtjes maken of gewoon simpelweg een knoop erin leggen.