Naaldbinden

Een korte instructie van naaldbinden, Deense steek

Voor op de kraam ben ik kleine doe het zelf pakketjes aan het maken. Een daarvan is een naaldbindpakketje. Een naald, een bol geschikte wol en een korte instructie zoals deze hieronder, leek me wel een goed idee.

Opzetten van de steken

Neem naald en draad. In de levende geschiedenis kies je voor een benen, houten of hoornen naald, en wol maar met een borduurnaald of tapijtnaald kan het ook. Geen scherpe punt is eigenlijk de enige voorwaarde, wellicht niet eens een harde. En voor draad kun je ook elke soort kiezen. Een dikke draad is wel fijn en makkelijker, helemaal als je net begint.

Maak een basislus. Hierop komen je steken te staan. Hou je basislus wat groter, zeg een doorsnede van 5 cm, dat werkt makkelijker bij het opzetten. Heb je voldoende steken, bv tien, dan trek je de lus dicht door aan het losse draadeinde te trekken. Op afbeelding 1 zie je basislus en de eerste steek, op afbeelding 2 staan meerdere steken op de lus.

afb. 1

afb. 1

 

afb. 2

afb. 2

Steken maken

Als je de losse draad hebt aangetrokken heb je je basis klaar, het ziet er een beetje uit als een rozetje. Nu kun je steken gaan maken. In afbeelding 3 kun je dat het beste zien, je zet als het ware steek op steek, lus op lus, in een cirkel.

afb. 3

afb. 3

Meer steken, grotere cirkel

Wil je meerderen, dan zet je twee keer een nieuwe lus op dezelfde onderlus; je maakt 1 lus/steek op een lus en voordat je verder gaat met die ernaast maak je er op dezelfde plek nog 1. Als je er de volgende keer langs komt heb je twee lussen op die plek, die je beide een nieuwe lus geeft. Meerderen doe je vooral in het begin omdat je anders een heel smal kokertje krijgt. Tenzij je dat wil natuurlijk.

Minder steken, kleinere cirkel

Minderen doe je door eenvoudig weg een lus over te slaan.

Nieuwe draad

Gebruik je wol, dan vilt je beide uiteinden aan elkaar. Dit doe je door beide uiteinden wat los te pluizen, ze in je hand uitgepluist en wel op elkaar te leggen, een beetje nat te maken, en ze dan tussen je handen te rollen. Door de warmte en de wrijving grijpen de wolvezels van de uiteinden elkaar vast. Gebruik je een ander materiaal dan is knopen het makkelijkste. Let wel, met een geknoopte draad kun je niet werken, de knoop past niet door de lusjes. Hou dus de knoop zo dicht mogelijk op je werk. Als je zorg dat alle knoopjes aan dezelfde kant zitten heb je aan het einde een duidelijke binnen- en buitenkant.

Afwerken

Ik knoop het laatste lusje gewoon vast.

Naaldbindsels

Je kan van alles maken met naaldbinden, tassen, mutsen, buidels, truien, kragen, beenwarmers, wanten, handschoenen, maar het meest bekend, en gebruikt zijn sokken. Dit is een van de manieren waarop je een paar zou kunnen maken.

Ga je voor sokken? Pas heel veel tussendoor!

Meer informatie

Naast de enkelvoudige Deense steek zijn er vele andere steken. Ik vind deze het makkelijkste, maar dat kan voor iedereen verschillen. Als dit niet lukt, laat je niet ontmoedigen en probeer een andere.

Er is heel veel informatie te vinden op het internet over naaldbinden. Je kunt zoeken op: naaldbinden, nalebinding, nalbinding, needle binding, nail binding enz. Foto’s, filmpjes, omschrijvingen en voorbeelden.

 

Met dank aan shelaghlewins.com voor de afbeeldingen!

 

Wollen draadjes!

 

wollen draad voorjaar 2016

Kijk toch eens wat een mooie kleuren…!

Ik schreef ergens al eens eerder dat ik borduurwol gevonden had. Velen van jullie hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt, want het was zo op. En ik bedacht me dat echte wol nauwelijks meer te krijgen is in de handwerkzaken. Ze hebben het niet of het is een mix. Dezelfde levernacier van het linnen heeft het gelukkig nog wel, en zo ligt het vanaf nu ook bij mij op de kraam. Prachtige biologische scheerwol, geschikt voor naaiwerk (hand) en borduren, c. 70 meter per spoel.

Wil je een overzicht van kleuren en prijzen? Stuur me een mail: info@hugsa-og-skapa.com.

Agenda 2016

Er is een klein Skapaatje op komst, zo ergens begin april. Daardoor is de agenda voor 2016 minder uitgebreid dan anders. Wellicht, als alles goed gaat komt er nog wat bij, maar vooralsnog had ik dit in de planning:

Meimarkt, Ribe, Denemarken, 5 t/m 8 mei (de kraam gaat dan mee onder hoede van Sabine van Silver Willow)
Keltfest, Dordrecht, Nederland, 28 en 29 mei
Summermarket, Haithabu, Duitsland, 14 t/m 17 juli
Castlefest, Lisse, Nederland, 5 t/m 7 augustus
Schothorster vikingmarkt, Amersfoort, Nederland, 20 en 21 augustus

Op de wishlist:

Myths en magic, Zottegem, Belgie, 3 en 4 september

Vikingmarkt, Teylingen, Nederland, 8 en 9 oktober

Castlefest wintereditie, Nederland, 17 en 18 december

Update 17-8: Myths and Magic is afgelast. Ik ga, als alles goed is, wel naar Viking Thing in Elewijt, 24 en 25 september en heb me ingeschreven voor de Wintereditie van Castlefest 17 en 18 december. Teylingen heb ik nog niets over besloten.

Update 27-9: Viking Thing achter de rug, geen Teylingen, hopelijk wel naar Wintercastlefest.

Update 24-10: wintercastlefest, helaas zijn de stands waar ik mijn oog op had laten vallen al uitverkocht. Volgend jaar beter.

lappen wol

 

 

Linnen garen

linnen venne

Na Castlefest eindelijk de knoop doorgehakt en mooi linnen garen in gekocht. Het was een feestje om die doos uit te pakken…… Prachtige kleuren, fijn natgesponnen garen, dus heel gladjes. En ook nog eens van een Nederlands bedrijf; Venne Colcoton (in het kader van steun je lokale ondernemer en het milieu wel zo fijn).

Spoelen van 125 gram, c.690 meter van 16/2. Geschikt voor weven, borduren, naaien (handmatig), poppenhaar, (grof)quilten, enz…. Heerlijk! Vanaf nu op de kraam!

(Overzicht van kleuren en prijzen? Stuur me een mail: info@hugsa-og-skapa.com)

 

 

 

Hood (voor bij je mantel)

Hieronder een korte werkomschrijving van hoe je een hood maakt voor op je mantel (klik op het plaatje voor een groter en leesbaar exemplaar).  Omdat het erg afhankelijk is van wat je wilt en welke stof je gebruikt raad ik je aan vooral veel te passen tussendoor. Zelf doe ik dat ook, en het komt voor dat ik halverwege aanpassingen moet doen aan het oorspronkelijke plan omdat de stof bijvoorbeeld niet lekker meewerkt. Een vouwtje hier, een extra naadje daar, toch een beleg, naden apart leggen en stikken… pas, kijk en zie gaandeweg.

 

hood

 

 

Eenvoudige, half ronde, lange mantel

 

Nice, nietwaar?

Hoe maak je dat nou..?

Nou, das niet zo moeilijk.

Wat heb je nodig:

  • 3 meter stof van c. 1.50 breed
  • schaar, stofkrijt, spelden
  • ruimte 😉

I

Vouw de stof helemaal open. Leg hem dan opnieuw dubbel maar dan met de brede zijde op elkaar.

Zie 1, 2 en 3 in figuur a.

 

figuur 1

figuur 1

 

II

De stofvouw wordt je rug, de open zijde ernaast wordt de voorkant van je mantel. Zie figuur 2.

figuur 2

figuur 2

 

III

Teken nu een kwart cirkel/ovaal af. Van b naar c, zie figuur 3. Wat kan helpen is een touwtje van 1.40 of 1.50 (de stofbreedte van a naar b), hou de ene kant vast bij a en gebruikt het dan als een soort reuzepasser, van b naar c. Zo krijg je de mantel aan alle kanten even lang.

 

figuur 3

figuur 3

Knip bij a een klein stukje halslijn uit. Hoe groot je die moet knippen is afhankelijk van je stof en hoe je wilt dat de voorkant van je mantel valt. Als je wilt dat de voorkant gesloten voor je lichaam valt, dan heb je een diepere nek en soepel vallende stof nodig. Als je de mantel meer op je schouders wilt zodat de voorkant van je lichaam vrij is, knip dan een ondiepe halslijn.

Begin met een kleine, ondiepe lijn en kijk wat de stof doet en of het is wat je wil.

IV

Pas!

Is de lengte goed?

De voorkant is c. 145, het midden van de rug ook. Het kan zijn dat de bocht nog te ruim is, waardoor de mantel op dat punt de grond raakt. Knip daar dan bij.

Is de halslijn goed?

Pas aan wanneer nodig, hou er reken mee dat je ook nog moet omzomen.

V

Omzomen

De halslijn kun je inknippen om het omvouwen wat makkelijker te maken, figuur 4. Je kunt er ook een beleg in naaien, knip dan een band in exact dezelfde vorm, leg die zo dat de goede kanten tegen elkaar aan liggen, spelden, naaien langs de rand, kleine stukjes inknippen, omvouwen, spelden en weer langs de rand naaien. Zie figuur 4 a.

figuur 4

figuur 4

figuur 4 a

figuur 4 a

 

En een voorbeeld van vouwen voor het omzomen.

figuur 5

figuur 5

VI

Tot slot: versier je mantel met kaartweef- of bandweefband, en andere sierband, borduursel, verzin een goede sluiting, van eenvoudige touwtjes of koordjes (vlecht, punik, lucet) tot gespen, brooches, kruisbanden enz. Er valt nog te denken aan een kraag, een hood of handgaten ter hoogte van je handen.

Er zijn verschillende manier om je mantel te dragen, de opening recht voor, of op je schouder waardoor je een arm vrij hebt, de zijkanten helemaal naar achter, of een zijkant over de andere schouder geslagen. Vergeet ook niet dat je er lekker op kan zitten of onder kunt slapen 😉

Bandweven

Bandweven is een eenvoudige weeftechniek waarbij geen ingewikkelde getouwen, veel gereedschappen of specifieke materialen nodig zijn. In principe heb je voldoende aan een bandweefkam en een paar bolletjes garen, dat wat je echt nodig hebt is handzaam en licht. Er is altijd wel een plekje om ergens een bandweefje op te zetten en te gaan zitten weven.

Daarnaast is het makkelijk aan te leren, en biedt het veel variatie wanneer je de basis eenmaal onder de knie hebt. De banden kun je gebruiken als sierrand op je kleding, hengels voor een tas, riem, hoofdband, of aan elkaar naaien en er dan van alles mee maken.

Dit artikel schreef ik omdat ik veel vraag kreeg naar bandweven, wat het is en hoe het werkt. Er is zover ik weet, 1 boekje in het Nederlands over bandweven, uit 1973, alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Natuurlijk valt er genoeg op internet te vinden, in allerlei talen, maar toch, in het Nederlands, en je moedertaal is wel zo makkelijk als je jezelf iets aanleert, valt het tegen. Daarom dit artikel; eerst iets over de geschiedenis en daarna de praktijk.

Geschiedenis van het bandweven

Het weven op zich is al heel oud en ook erkend als 1 van de oudste ambachten. In 2013 vond men in Turkije een geweven stukje linnen , zo’n 7000 jaar oud.

Maar hoe zit het bandweven? Men zegt dat bandweven al gedaan werd in de, bij ons bekende, IJzertijd. Het valt echter niet mee om daadwerkelijk hard bewijs te vinden voor deze stelling.

Roman rigid heddle found in South Shields. Bone framed in metal. Illustration from John Peter Wild „Textiles in Archaelogy”

Foto: John Peter Wild „Textiles in Archaelogy”

 

 

Dus ik ben op zoek gegaan naar vondsten. Het eerste bandweefkammetje wat teruggevonden is, tot nu toe dan, komt uit de Romeinse Tijd (1ste tot 5de eeuw n. Chr.) en is gevonden in Groot Brittannië. Gezet in metaal, de kam zelf is van been.

 

 

statens historiska museum 1100 -1500

Foto: Historiska Museet, Stockholm Zweden

 

 

Dan is daar nog de vondst uit Gotland, Zweden, ruim gedateerd tussen 1100-1500. Gemaakt van hoorn.

 

 

Herkomst foto onbekend

Voorts: twee fragmenten, gevonden in Bergen, Noorwegen. Links is elandhoorn ( gedateerd 1238-1332), rechts is naaldhout (gedateerd 1170-1198). Herkomst foto onbekend.

 

 

 

En tot slot nog een leuke afbeelding. Arachne and Minerva, uit The Epistle of Othea , c. 1450-1475, waarbij Arachne óf Minerva achter een bandweefgetouw zit.

Koninklijke bibliotheek Den Haag

 

Wat valt er nu af te leiden van deze afbeeldingen. Wel, in ieder geval dat bandweven in Romeinse tijd bekend was onder de Romeinen, en gezien de plaats van de vondst hebben zij deze ambacht ook meegenomen het hele rijk door, of in ieder geval al naar Engeland. Veel Romeinse gebruiken zijn overgenomen door de lokale bevolking, dus kende men het toen nog niet, dan is de kans aanwezig dat er toen mee kennis mee gemaakt werd op grote schaal. Dat het ambacht bewaard is gebleven bewijzen de latere vondsten en naarmate we dichter bij de 21ste eeuw des te meer is er te vinden, vondsten van over de hele wereld. Ook vaak bij inheemse bevolking, indianenstammen in de Verenigde Staten, de Sami in Noord Scandinavië, stammen uit Afrika en Azië.

Daar komt bij dat iets niet zomaar ontstaat, daar gaat een proces aan vooraf. Dat Romeinse kammetje was niet enig in zijn soort en het is zeer onwaarschijnlijk dat deze pas kort daarvoor was ontstaan. Gezien het feit dat weven zelf al veel langer bekend was, en er ook weefkammen en kaartweefkaartjes van eerder dan de Romeinse tijd terug zijn gevonden is het niet heel onaannemelijk dat bandweven inderdaad al veel ouder is.

Enfin, zeker weten doen we pas echt als er ergens een mooie vondst opduikt. Genoeg hierover, aan de slag!

Termen

Ik begin met het uitleggen van een aantal termen, zodat deze bekend zijn.

 

Figuur 1

Figuur 1

Schering
De schering is de verzameling lange draden (kettingdraden) die de basis van je band vormen. De schering bepaald ook het patroon bij het bandweven. In figuur 1 zijn de schering draden aangegeven met het cijfer 2. In de bandweefkam zitten de scheringdraden in vaste gaten en in de losse sleuven. Door de kam op en neer te bewegen wisselen deze van plek, van boven naar onder.

Inslag
De inslag is de draad die haaks tussen de dubbele schering door gaat, in figuur 1 nummer 6. Deze draad houdt de schering op zijn plek. Beweeg je de kam van boven naar onderen dan fixeer je de inslagdraad op zijn plek.

Weefkam

Bandweefkam

Bandweefkam

Bestaat in diverse soorten en maten. Maar hier spreken we van de bandweefkam. In figuur 1, nummer 3.

Steekspoel

Steekspoel

Steekspoel

Hierop wordt de inslagdraad gewikkeld. Deze gaat heen en weer tussen de scheringdraad en kun je ook gebruiken om aan te slaan. In figuur 1, nummer 7.

Toer
In dit geval, in keer met je steekspoel en inslag tussen de schering door, kam verzetten en aanslaan.

Aanslaan
Aanslaan houdt in dat je de steekspoel tussen de schering zet en deze met enige kracht richting je weefsel beweegt. Je duwt je weefsel aan om te zorgen dat alles recht zit en stevig en goed op elkaar aan sluit. Je maakt tevens ruimte voor je inslagdraad. Je kunt hiervoor je steekspoel gebruiken maar ook je hand, wat voor jou prettig werkt. 

Teruglussen

Teruglussen, foto: ABC sportvissen

Teruglussen, foto: ABC sportvissen

 

 

Knooptechniek om lange draden bij elkaar te houden en handzamer te maken. Sla de draden om je hand en pak met dezelfde hand de overige draden op en trek die er door heen in een lus. Je kunt hem stevig aantrekken. Als je aan het andere einde van de draden trekt, trek je de lus weer los.

 

 

 

 

 

 

Materiaal

  • weefkam
  • steekspoel
  • draad (katoen, wol, polyester, zijde)
  • voorts, allerhande gereedschappen en voorwerpen die handig zijn, kijk even wat voor jou het beste werkt. Ik gebruik onder andere een sluitclip (vershoudclip), extra stevig touw of garen, kleine platte stokjes (bijvoorbeeld ijslolly stokjes)of rechte stukken karton.

Als je voor het eerst begint met weven is het aan te raden om een wat dikkere draad te nemen. De draad moet sterk zijn en niet pluizen om gebroken draden en pluis wat je kam kan verstoppen te voorkomen. Het werkt het makkelijkste en het mooiste als alle draden even dik en van dezelfde soort en kwaliteit zijn. (Tenzij je gaat patroonweven, maar dat is even wat anders.)

Patroon bepalen

Je kunt de meest ingewikkelde patronen maken met bandweven.

Hier hou ik het voor nu even bij de meest eenvoudige; het patroon van twee rijen; ook wel doorslagbanden genoemd. Door de dubbele scheringlijnen, waarvan de losse schering in de sleuf op en neer beweegt doordat je de kam naar boven en naar beneden zet tijdens het weven, ligt eerst de ene rij (rij 1) boven en dan de andere (rij 2).

Schema

Schema

Kies nu de kleuren die je wilt in de eerste rij en dan die van de tweede rij.

Voor beeld van een kleurpatroon:

Kleurschema

Kleurschema

Het aantal draden die je dan nodig hebt is nu vrij eenvoudig af te lezen van je patroon, hoeveel gekleurde blokjes per kleur heb je?

In dit geval:

Rood= 7 draden

Oranje= 8 draden

Geel= 10 draden

Het patroon ziet er dan als volgt uit, beginnend bij rij 1, dan 2, opnieuw rij 1, weer rij 2 enz.

Kleurschema uitgewerkt

Kleurschema uitgewerkt

Knip de draden iets langer dan je de band wilt hebben want je verliest tijdens het weven een stukje lengte. Hoeveel is afhankelijk van hoe strak je weeft en hoezeer je garen rekt.

Knip ze wel allemaal even lang. Makkelijkste is om de draad om twee vaste punten heen te wikkelen (bv 2 stoelen), zo kun je ook meteen beginnen de juist spanning op alle draden zetten.

Heb je voldoende draden op de juiste lengte afmeten, in dit patroon 25 losse draden, dan wikkel je ze op een stok of lus ze terug. Probeer dit zo netjes mogelijk, of zelfs op volgorde te doen, dat scheelt later ontwarren. Heb je een hele lange band, dan kun je de schering ook deels vlechten.

Nu, wikkel de inslagdraad om je steekspoel. Je kan de kleur kiezen van je buitenste scheringdraden, in dit geval dus rood, dan zie je weinig van de inslagdraad terug. Je kunt ook voor een totaal andere kleur kiezen, kwestie van smaak. Je zal een stukje van de draad kunnen zien aan de buitenkant van de band. Hoe langer de band, des te meer inslagdraad je nodig hebt. Wees er hoe dan ook niet zuinig mee want dan moet je om de haverklap vernieuwen, maar niet te dik, want dan past hij niet meer tussen de schering door.

Steekspoel

Steekspoel

Het opzetten van de band

Je begint nu met het inrijgen van de scheringdraden. Neem een uiteinde en haal die door een van de vaste gaten. Gebruik desnoods een naald of haaknaald wanneer dit handiger blijkt. Rijg in volgens je patroon/ kleurschema.

In dit geval begin je dus met rij 1, de vaste gaatjes: rood, oranje, oranje, geel, geel, geel, rood, geel, geel, geel, oranje, oranje, rood. De vaste rij zit nu vol. Ga verder met de sleuven, rij 2: rood, oranje, oranje, geel, geel, rood, rood, geel, geel, oranje, oranje, rood.

Kleurschema

Kleurschema

Ingeregen bandweefkam, bovenaanzicht

Ingeregen bandweefkam, bovenaanzicht

De uiteinden van de schering draad aan de achterkant van de kam hou je samen met bijvoorbeeld een wasknijper of een vershoudclip. Als je klaar bent neem je de losse uiteinden stevig samen, leg er een knoop in of wikkel er strak een draadje omheen. Ze mogen in ieder geval niet meer kunnen verschuiven.

Weven

 

Figuur 2

Figuur 2

 

De lange kant van de scheringlijn (figuur 2, C), op een klos of samengelust, bind je aan een stevig, vast punt. Bijvoorbeeld een deurkruk of spijl van de trapleuning, of als je buiten bent, een boom. Een extra touwtje kan hierbij van pas komen. Het is ook handig als het punt iets hoger is dan je middel. Neem de kam in handen en ga op zo’n 2 meter afstand staan. (Mag langer, maar is lastiger en met een kortere afstand zit je je eigen weefwerk vaak in de weg, kijk gewoon wat voor jou werkt). Bind de knoop met de losse uiteinde vast aan je riem (figuur 2, A), of sla een extra touwtje om je middel en bind het daaraan vast. De kam blijft binnen je handbereik maar niet te dicht bij je startpunt.

Belangrijk is dat je de schering draad op continue dezelfde spanning houdt. Je kunt er een stoel bij pakken of op de grond gaan zitten, zolang de alle draden maar even strak blijven staan. Met strak bedoel ik in een rechte lijn van begin tot eind met enige spanning op de schering. Dit is vrij persoonlijk ook, dus probeer uit en kijk wat voor jou werkt.

Neem nu de steekspoel. Zet de kam zo dat de draden in de vaste gaatjes boven liggen. Ga met je hand (of gebruik hiervoor je steekspoel) in het deel voor de kam, dus tussen de kam en je middel, ( figuur 2, B) tussen de bovenste en onderste scheerlijnen door. Sla de draden aan tot het begin, zodat ze allemaal goed los liggen van elkaar. Haal nu je steekspoel erdoor, van rechts, tussen de scheringdraden door, naar links. Laat een los uiteinde draad over aan de rechterkant. Sla de inslagdraad eventueel aan met vingers of met zwaard, leg hem desnoods nog even recht.

Pak nu de kam en beweeg deze naar boven zodat de scheringdraden in de sleuven boven komen te liggen. Sla aan en haal de inslagdraad erdoor van links naar rechts. Probeer de inslag draad even strak aan te trekken als de vorige keer. Het kan helpen als je het laatste stukje van de draad bij het lusje begeleid met je vingers. Leg hem eventueel weer recht. Sla aan. Pak opnieuw de kam, beweeg hem naar beneden, sla aan, haal je steekspoel erdoor, kam naar boven, sla aan, spoel erdoor enz. 

 

Bandweefsel, bovenaanzicht

Bandweefsel, bovenaanzicht

Op een gegeven moment kun je er niet meer bij de kam. Geef jezelf dan meer werkruimte door wat van de scheringdraad van de klos af te rollen of een lus eruit te trekken en trek het andere uiteinde (die bij je middel) aan.

Hou de spanning van de scheringdraden in de gaten, deze moet hetzelfde blijven.

Probeer regelmatig te weven, de band overal even breed te houden. In het begin is dit even lastig, de draden trekken samen, maar na een aantal centimeters wordt het weefsel rechter en kun je goed zien wat je doet. Je eerste band zal wat wiebelig zijn waarschijnlijk, overal een even brede bandbreedte is technisch best lastig en iets wat je met oefening onder de knie krijgt. Hulpmiddelen hierbij zijn streepjes zetten op je steekspoel, of op je vingers zodat je af kan meten, of een centimeter gebruiken en incidenteel meten. Maar kijk vooral goed. Zie je de inslagdraad, dan weef je te los, komt je patroon niet goed te voorschijn of wordt de oppervlakte erg bobbelig, dan weef je te strak.

Inslagdraad vernieuwen en afhechten

Het aanhechten heb je nu al achter de rug. Als het goed is is je band stevig genoeg om de inslagdraad op zijn plaats te houden. Bij twijfel kun je het losse stuk van de inslagdraad in de tweede toer nog een keer mee weven met de gewone inslag, helemaal of halverwege. Het losse uiteinde komt dan aan de andere kant te liggen of aan de onderkant. Deze kun je wegwerken als je band af is. Haal het door een naald en steek het een paar keer met de kleur mee weg.

Als je inslagdraad op is laat je het uiteinde hangen. Wikkel nieuwe draad om je steekspoel en ga verder waar je gebleven bent. Weef de oude inslagdraad weer een paar keer mee. Werk uiteindelijk de uiteindjes weg als je helemaal klaar bent.

Is je band helemaal af (of heb je er genoeg van of ben je er helemaal klaar mee of wat dan ook maar, je wilt ermee ophouden), Wikkel even een draadje om de schering na je laatste toer. Haal de schering uit de kam. Je kun nu de uiteinden op verschillende manieren afhechten. Je kunt per twee of drie draadjes knoopje maken, je kunt kleine vlechtjes maken of gewoon simpelweg een knoop erin leggen.

Mogelijkheden

Staand
Om te voorkomen dat je ‘vast zit’ aan je werk kun je ook beide punten van de band vastbinden aan een vast punt en erbij gaan staan. Je kunt dan makkelijker erbij weg lopen. Let wel op je spanning, als je een flink stuk wilt weven en je spant je band lang op is het erg lastig de spanning goed te krijgen. Ga ervan uit dat de band strak moet staan.

Backstrap
Een band om je middel waar je aan de voorkant je weefband bevestigd. Kan meer stevigheid geven dan simpelweg aan je riem knopen.

Andersom
Ik weef van me af, de band begint bij mijn middel en ik werk omhoog. Mijn toeren zitten voor de kam. Er zijn ook mensen die andersom prettig vinden. Het begin van je band bindt je dan ergens aan vast, en je werkt achter de kam, naar je toe.

Loom/ weefgetouw en hulpmiddelen
Er zijn heel veel verschillende manieren van weven en evenzoveel weefgetouwen, van klein naar groot en voor elke weefvorm. Voor het bandweven heb ik zelf een heel eenvoudige getouw.

Mijn bandweefraam

Mijn bandweefraam

Een plank met hoge staanders met daartussen een stuk rondhout en lage staanders met daartussen een stuk rondhout. Het werkt voor mij goed, ik zet hem ergens neer en ik weef. Kan zelf bepalen hoe en waar ik zit, zonder dat ik vast zit.

Ik gebruik ringen om de band in het begin vast te maken, een recht stukje karton om de scheringdraden in het begin om te plaats te houden en meteen te kunnen beginnen met een recht weefsel. Een zelfgemaakte steekspoel met extra puntje voor het patroonweven. Mijn weefkam hangt onderste boven, anders is hij topzwaar en draait hij voortdurend. Vershoudclip om de schering op zijn plaats te houden en tot slot kan het hoge rondhout als opbind werken.

Wat ook kan is een box loom, zoals die uit Staffordcastle, 15de eeuw, en dan een moderne versie.
Kleiner en handzamer en de band is aan beide kanten op te winden.

Box loom, Staffordcastle, 15de eeuw

Box loom, Staffordcastle, 15de eeuw

Of, wat ook kan is een inkle loom. Hierbij lust de schering over diverse stukken rondhout. Hoe meer stukken, hoe langer je band. Vaak wordt bij een inkle loom gebruik gemaakt van kettindraden, maar een bandweefkam (of kaartweefkaartjes) kan ook. Voordeel is de verdeling van de spanning die je makkelijker gelijk kan houden.

Inkle loom, afbeelding: www.schachtspindle.com

Inkle loom, afbeelding: www.schachtspindle.com

 

Patroonbanden

De twee rijen geven al heel veel mogelijkheden voor patronen. Maar er kan veel meer met bandweven. Je kunt er ook patroonbanden op maken. Dit doe je door de scheringdraden juist omhoog te halen of naar beneden te drukken. Deze draden komen dan los over 1 of meer toeren op het weefsel te liggen. Bij het samenstellen en inrijgen van je kam krijg je dan verschillende soorten draden, de ondergronddraden en je patroondraden. Neem voor je inslagdraad dezelfde kleur als de ondergrond om te voorkomen dat je inslagdraad zichtbaar is. Makkelijk: schrijf je patroon helemaal uit en nummer je patroon draden. Bijvoorbeeld:

Toeren Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt
13

5

12

5

4

11

5

4

3

10

4

3

2

9

3

2

1

8

2

1

7

1

6

2

1

5

3

2

1

4

4

3

2

3

5

4

3

2

5

4

1

5

Voorbeelden van patroonbanden:

Problemen..(brr)..

  • Een van de scheringdraden hangt los of zit losser dan de rest.

Dan zit de spanning van die draad niet goed. Mogelijk is hij ergens losgeraakt bij het lussen of opbinden. Zoek het probleem op, haal wanneer nodig de scheringdraden los en wind of bind ze opnieuw op.

  • Een van de scheringdraden is geknapt

Als je met wol werkt kun je proberen kun je proberen beide uiteinden weer aan elkaar te vilten. Pluis beide uiteinden wat uit elkaar, maak je handen een beetje nat, leg de uiteinden op elkaar op 1 hand, leg je andere hand erboven op en rol rustig maar stevig de draad tussen je handen. Het kan zijn dat de draad op dat punt iets dunner wordt, maar daar zie je vaak weinig van weer uiteindelijk. Geen wol; knoop beide uiteinden aan elkaar en weef zo lang mogelijk door. Eenmaal bij dat punt, knoopje los en aan de andere kant van de kam weer vastmaken. Probeer het knoopje aan de onderkant van je weefband te krijgen. Lukt dat niet, maak dan het knoopje los en laat de draad die uit je band komt naar beneden hangen, sla de draad die je nog moet weven om de inslag draad, goed aanslaan en verder weven. Aan het einde de losse draden wegwerken.

Als dit vaak gebeurt is je materiaal niet sterk genoeg om mee te weven en/of kan het de wrijving van de kam niet aan. Overweeg ander materiaal.

  • De scheringdraden zitten in de knoop

Een beetje knoop hoeft niet erg te zijn. Is het echter een warboel, zorgt dat je bandweefkam en het begin vastzitten en alles ontwarren en opnieuw opwinden of opbinden.

  • Ik wil snel op kunnen staan maar zit vastgeknoopt

Overweeg een backstrap met een haak. Of alleen een haak zodat je de haak losmaakt en vrij kunt bewegen. Of overweeg een weefgetouw, in diverse vormen.

  • Ik krijg last van mijn onderrug

Veel voorkomend probleem door de statische houding. Zorg dat je zo comfortabel mogelijk zit, en niet teveel over je weefwerk buigt. Gebruik een kussen. Met een weefgetouw kun je makkelijker een andere houding aannemen zonder dat dit meteen invloed heeft op je spanning als je vastgebonden zit.

  • Mijn bandje is erg wiebelig, van dun naar breed

Dit heeft te maken met je spanning en met hoe strak je de inslagdraad aantrekt. Probeer beide gelijkmatig te houden, vooral een kwestie van veel oefenen.

Tot slot
Bandweven is, net als zoveel andere dingen,  gewoon een kwestie van doen. Wat voor de een werkt, werkt voor de ander niet. Sommigen weven losjes, anderen weer veel strakker, voor een groot deel is het afhankelijk van wat je zelf prettig en mooi vind. Hetzelfde geldt voor je hulpstukken, je kunt een getouw gebruiken, of niet. Het is niet noodzakelijk. Probeer en je komt er vanzelf achter.

Succes!

 

Meer weten?
The Weaver’s Inkle Pattern Directory: 400 Warp-Faced Weaves boek van Anne Dixon, met heel veel praktische informatie.
Facebook: zoek op dutch inkle weavers.
Online patroon samenstellen, http://www.carolingianrealm.info/PatternGenerator.php

 

Borduurwol

Op een willekeurige zondagmiddag struinen over een crea beurs en dan tussen alle papierwaren en plastic kralen ineens een de heilige graal vinden. Een alleraardigste mevrouw met heel veel wolletjes en lapjes. En net toen ik uitgeraast was in de lappenmand viel mijn oog op een klein mandje ergens in een hoekje… Borduurwolstrengetjes, van het soort wat niet meer gemaakt wordt. Waar je ooit in de winkel 3,95 per streng voor betaalde, en dat weet ik nog heel goed want dat deed ik… Ik heb ze zorgvuldig uitgesorteerd en allemaal meegenomen. Blij!

borduurwol

Iets over wol

In de kraam krijg ik regelmatig de vraag hoe het zit met wol. Variërend van: ‘Hoe weet ik of het echt wol is?’ tot ‘Wat is een historisch verantwoorde kleur?’.

Ik zal de laatste zijn die beweerd de wijsheid in pacht te hebben (of het antwoord op alle levensvragen) maar ik kan er wel wat over vertellen.

Hier gaan we.

Wat is wol?

Wol is een natuurproduct. Een vacht van een dier. Ik denk meteen aan een schaap, maar ook geiten (kasjmier), konijnen (angora), kameel (camel) en sommige soorten lama’s (alpaca) leveren wol. Goede wol wordt op de juiste manier verkregen. Hier bestaat nogal wat discussie over, maar daar ga ik nu hier verder niet op in. Goede wol komt voor mij van een levend dier, die in de lente op een diervriendelijke manier afgeholpen wordt van zijn dikke vacht zodat het fris en fruitig het voorjaar in kan. Voor de duidelijkheid; als ik het verder in dit stukje over wol heb, bedoel ik schapenwol.

foto: tuinposter

foto: tuinposter

Hoe kun je zien wat echte wol is?

Hier bij Skapa let ik op verschillende zaken. Ik begin met voelen, de meeste wol voelt een beetje stug. Ook bij dunne wol voel je de vezels nog. Vervolgens ruiken, helemaal garen, heeft een typische schaap lucht. Bij een lapje doe ik altijd een brandtest. Knip er een stukje af en hou er een aansteker bij. Het lapje moet 1) vlot zelf doven, 2) een geur van brandend haar afgeven en 3) en dat is best een lastige, wat er overblijft mag niet hard aanvoelen. Het verbrande stukje moet je kunnen vergruizen tussen je vingers. Voel je harde stukjes dan zit er iets in de lap wat smelt en niet verbrand en daarmee dus geen wol is. Dit lijkt eenvoudig, maar is soms erg lastig.

Ga niet uit van wat de verkoper zegt, de richtlijnen voor wol verschillen per land. In sommigen landen mogen stoffen met 60% wol al voor echte wol verkocht worden. Gebruik je eigen zintuigen.

Wat kun je doen met wol?
Kaarden (kammen), verven, spinnen, breien, haken, lucetten, sprangen, weven, naaldbinden, naaien, vilten.. Wolvezels haken makkelijk in elkaar, daardoor kun je er eenvoudig mee vilten en spinnen.

Spinklosjes, 14de-16de eeuw, foto: gemeente Dordrecht

Spinklosjes, 14de-16de eeuw, foto: gemeente Dordrecht

Is wol warm?
Ja, al ligt het eraan hoe dik het is. Een wolvezel is niet recht, maar een beetje gekruld. Bovendien heeft ze schubben. Daardoor blijft er lucht hangen tussen de vezels wat zorgt voor isolatie. Die isolatie werkt twee kanten op, verwarmend in de winter, verkoelend in de zomer.

Waarom kriebelt wol zo en wat kan ik er aan doen?
Volgens vele kriebelt juist dikke wol en valt het met dunne wol mee. Ook zachtere wol, bijvoorbeeld alpaca, kriebelt minder. Het zijn de stugge vezels die kriebelen. Maar eigenlijk ligt het er gewoon aan hoe gevoelig je ervoor bent. Een paar dingen die je kunt proberen om de vezels zachter te maken:

  • De wol natmaken en een nacht in de vriezer leggen, hierna voorzichtig laten ontdooien.
  •  Wassen met haarconditioner of speciaal wolwasmiddel
  •  Wassen met azijn, goed laten luchten daarna.

Kun je wol verven?
Ja, maar hoe goed de verf pakt ligt aan de wol en aan de verf. Wol verven is een gecompliceerd proces. Ten eerst is daar de wol. In hoeverre is deze bewerkt? Zit er nog veel natuurlijk vet in of niet? Wat voor een type wol is het, van welk dier? Hoeveel verfstof kunnen de vezels opnemen? Ten tweede, de verf. Bij plantaardig verven speelt de herkomst van de verfstoffen een rol. Van welke grond komt de plant, wanneer is zij geoogst, hoe oud was zij toen. Ook bij plantaardig verven; wat voor een water gebruik je, wat is het kalkgehalte ervan en welke materialen gebruik je, neem je een koperen of een ijzeren ketel of misschien een aluminium of emaille. Wat gebruik je als beits stoffen…

Bij chemische verfstoffen is het de vraag hoe de verfstof zich hecht. Niet alle chemische stoffen hechten zich aan wolvezels.

Verver, 15de eeuw, foto: die hausbücher der nürnberger zwölfbrüderstiftungen

Verver, 15de eeuw, foto: die hausbücher der nürnberger zwölfbrüderstiftungen

Ik heb redelijk wat lappen en garens geverfd, het is erg leuk om te doen. Op het internet zijn tal van sites te vinden over wolverven, op elke mogelijke manier en met elke mogelijke kleurstof, zowel plantaardig als chemisch.

Een paar standaard tips:

  • Zorg dat je wol goed nat en schoon is voor dat je begint. Doe je dit met de hand, dat is dit best een karwei.
  • Qua hitte kan wol best wat hebben, krimp komt vooral door temperatuurverschil, en centrifugeren.
  • Wol rekt, dus liggend laten drogen is het beste.

 Historische kleuren

Lastig onderwerp. Ten eerste, uit welke tijd stamt je historische kostuum? En, ook van belang, wat is je karakter? Als je een boer uitbeeld uit de ijzertijd draag je andere kleuren dan wanneer je een adel uit de gouden eeuw nabootst. Logischerwijze draagt een boer meer bedekte kleuren en een edelman meer felle. Want over het algemeen geldt, hoe feller de kleur, des te meer kleurstoffen, en dus duurder en/of bewerkelijker.

Verven met kunstmatige kleurstoffen werd pas na c. 1850 gedaan. Alles daarvoor had dus plantaardige verf als basis. Voor en nabeits baden zijn belangrijk, ook de toevoeging van ijzer, koper of kalk telt mee in het kleurresultaat. Welke kleurstoffen precies is weer afhankelijk van de tijd.

Een aantal belangrijke kleurstoffen:

 Blauw: wede en indigo

Wede, foto: IJzertijdboererij

Wede, foto: IJzertijdboererij

Wede (Isatis tinctoria) bevat indigo, een kleurstof die blauw verft. Het proces om van de wede plant blauwe verfstof te krijgen is vrij ingewikkeld in vergelijking met anderen. Kort door de bocht: de plant moet op de juiste tijd geoogst worden (vlak voor de bloei), ondergaat vervolgens een rottingsproces, werd enkele dagen in de wede kuip gedaan. De stof of garen werd erin gedoopt en eruit gehaald, door de aanraking met zuurstof wordt het dan lichtblauw. Dit kon herhaald worden, maar echt donkerblauw was niet mogelijk met wede. Wede werd verbouwd in Frankrijk en Duitsland. In de late 15de eeuw werd wede steeds vaker vervangen door indigo, van de indigo plant (Indigofera tinctoria), die zijn oorsprong kent in India. De indigo was veel sterker en kleurvaster dan wede. Vanaf de 19de eeuw gebruikt men voornamelijk synthetische indigo, het is het blauw uit onze spijkerbroeken.
De oudste vondst van wede zaden is uit de nieuwe steentijd. Ook de eerste blauwe textiel fragmenten stammen uit deze tijd, gevonden in een grot in Adaouste in Zuid Frankrijk.

 

Rood: meekrap

Meekrap, foto: kerktuin Wassenaar

Meekrap, foto: kerktuin Wassenaar

Meekrap (Rubia tinctorum) is een van de weinige verfplanten die in de middeleeuwen in Nederland werd verbouwd, in Zeeland om precies te zijn. De verfstof (alizarine) wordt gehaald uit de wortels van de plant, die zeker 3 jaar oud moet zijn. Deze wortels laat je een jaar drogen. Je kunt verven met de wortelstukjes, of deze eerst vermalen tot poeder. Tot midden 19de eeuw werd meekrap gebruikt voor rood, en bleef de manier om de kleurstof te verkrijgen in ontwikkeling. Vanaf 1868, toen men een synthetisch recept vond voor de kleurstof liep het gebruik van de plant sterk terug. Meekrap werd al gebruikt door de Egyptenaren (een riem in het graf van Toetankhamon is meekrap rood), de oude Grieken en de Romeinen. Vanuit Italie zou het rond 600-700 (opnieuw) richting Noord West Europa zijn weg hebben gevonden.

 

Wouw, foto: den blauwen swaen

Wouw, foto: den blauwen swaen

Geel: wouw

Wouw (Reseda luteola) groeit als sinds de prehistorie in Europa, met name het zuiden. De oudste vondsten van zaden zijn naar verluidt al 4000 jaar oud. De Romeinen brachten haar mee naar het Noord Westen, en ze werd in de late middeleeuwen verbouwd in Vlaanderen. In 2005 is archeologisch onderzoek verricht naar een ververij in Dordrecht uit de 14de eeuw, vondsten wezen uit dat hier met wouw geverfd werd.
De kleurstoffen luteoline en apigenine zorgen voor een gele keur, en zitten in de top van de stengel en de zaden. Om de kleurstof te krijgen kook je de plant met een beitsmiddel.

Geraadpleegde bronnen:
Wikipedia, Bedrijfgroepstudies Noord Brabant, Interpreting the late neolithic, Raakvlak, Plantaardigheden, Mens en Samenleving

logo

logo skapa_klein

A Brand New Logo!!! Happy 😉