Naaldbindboekje

Ik ben er even voor gaan zitten, maar dan heb je ook wat.. Het Skapa naaldbindinstructieboekje!

Met iets over de geschiedenis, technieken en materialen maar vooral twee uitgebreide instructies van de mammensteek en de buttonhole steek met veel foto’s. En om het af te ronden twee verschillende manieren om sokken te maken, of wanten, of een muts.

In het Nederlands, op handzaam A5 formaat, 27 blz. Binnenkant is zwart/wit. Instructie is getest door diverse mensen en zo duidelijk mogelijk weergegeven.

Voor iedereen die het wil leren, een beetje kan maar blijft hangen of voor wie het al heel goed kan en een leuk kado wil geven.

Ik neem het mee op de kraam, maar je kan het ook bestellen en laten opsturen. Verzendkosten € 1,66

Het boekje zelf: € 6,-

Oh Dolly II

Kennen jullie Sonia Singh? Ze is van Tree Change Dolls. Ze upcycled vergeten en beschadigde poppen en geeft ze een nieuw poppenleven. Prachtig om te zien! Ze heeft flimpjes op youtube, tumblr pagina, een facebook pagina, echt leuk om eens te kijken.

Ik was al even met haar werk bekend en vond het erg mooi wat ze deed, maar voor mij, ach, ik heb nog zoveel projecten liggen.

Maar een combinatie van verschillende factoren, een internetonderzoek voor werk, een paar gelezen artikelen, mijn eigen dochter, het feit dat ik zelf veel met dit soort poppen speelde, maakte dat ik me omdraaide enige tijd geleden in de kringloop, en uit de bak barbies twee naakte dames uitkoos en meenam.

Sonia is heel open over haar methodes en werkwijze, en ook elders op het www kun je van alles vinden over hoe deze poppen te restylen, make underen of upcyclen.

En tot nu toe is het erg eenvoudig. De make up haal je eraf met nagellak remover. Ik heb inmiddels ontdekt dat de goedkoopste (met de meeste aceton) het beste werkt. Twee kleine watjes op de ogen leggen, voorzichting wrijven en je komt meteen een heel eind. Probeer niet meteen alles in een keer weg te vegen, dat levert vooral een hoop gesmeer op. Ook lippen krijg je hier normaal mee, hoofdje even samenknijpen zodat je er goed bij kan.

Haar was bij mij een kwestie van wassen, conditioner erin en uitkammen. Goed heet water schijnt te helpen bij kroesend haar, maar dat heb ik nog niet getest.

En dan een nieuw gezichtje. Dat is even gedoe en zoeken naar juiste grote. Ik gebruikte acrylverf en een klein penseeltje. Mooie is, ben je niet tevree, dan begin je zo opnieuw. Afwerken met een acryllak als je klaar bent, de matte variant.

En dan de kleertjes!

Op mijn pinterest bord Oh Dolly II (Oh Dolly is voor de waldorfpoppen) staan allerlei tips en trucs, daar is het makkelijk zoeken naar patroontjes.

Deze zijn mijn eerste twee poppen. Inmiddels heb ik me aan een drietal echte Bratz gewaagd, via marktplaats aangeschaft. Gisteren voor het eerst oogoo gemaakt om schoenen mee te vormen, wat erg leuk was, ware het niet dat alles onder het maismeel zat… Wanneer af volgen foto’s!

Lucetten (breivork)

 

Lucetten met een dikke draad

Sla de draad om de tanden van de vork heen zoals op de tekening.3

 Je hoeft de draad niet door het gat te halen, je kan hem ook vasthouden met dezelfde hand waarmee je de vork vasthoudt. Met een dikkere draad is dit ook handiger, aangezien je koord zo dik wordt dat het niet door het gaatje past.

Haal nu de onderste lus aan de linkerkant over de bovenste lus aan de linkerkant. Doe hetzelfde rechts. Trekt zachtjes aan het losse uiteinde om de lussen op elkaar aan te laten sluiten.

Sla met je werkdraad opnieuw een 8 om de tanden en haal de onderste lussen over de bovenste. Herhaal tot de gewenste lengte van je koord.

Je kunt je koord vrij makkelijk weer uithalen, haal de lussen van de tanden en je trekt hem zo los. Als je klaar bent, niet opnieuw lussen maar haal dan je koord van de vork, knip je werkdaad door en haal deze door beide lussen. Trek hem aan en er ontstaat een knoop waarmee je werk afgewerkt is.

 

 

Lucetten met een dunne draad

Met een dunnere draad krijg je een dunner koord, logisch. Maar de bovenste methode is daarvoor niet geschikt.

Sla de draad om de tanden van de vork zoals op 1. Ook hier geldt dat de draad niet perse door het kleine gaatje hoeft.1

Hou je werkdraad rechts, en ook voor de rechter tand, zie afbeelding 2 en A.

Trek nu de rechter onderste draad over de rechter bovenste draad, zie afbeelding 3 en A.

Trek zachtjes aan het uiteinde van je draad.

Draai vervolgens je vork om.

Leg je werkdraad weer rechts over de lus, afbeelding 4, B.

Haal de onderste lus weer over de bovenste, trek aan het uiteinde, draai om, afbeelding 5, en herhaal tot je koord de gewenste lengte heeft.

Afhechten: als je klaar bent, haal dan je koord van de vork, knip je werkdaad door en haal deze door beide lussen. Trek hem aan en er ontstaan
twee knopen waarmee je werk afgewerkt is.

Als je trekken van de onderste draad of de bovenste maar gedoe vindt, kun je hiervoor ook een naald of pinnetje gebruiken.2

 

 

 

 

Meer informatie

Op internet zijn diverse tutorials te vinden, zoals deze, maar ook van variaties hier weer op en bijvoorbeeld over het verwerken van kralen in je werk. Zoek op breivork, knittingfork, lucet.

Met dank aan woodedhamlet.com en seizoenerwinkel.nl voor de afbeeldingen.

Naaldbinden

Een korte instructie van naaldbinden, buttonhole stitch

Voor op de kraam ben ik kleine doe het zelf pakketjes aan het maken. Een daarvan is een naaldbindpakketje. Een naald, een bol geschikte wol en een korte instructie zoals deze hieronder, leek me wel een goed idee.

Opzetten van de steken

Neem naald en draad. In de levende geschiedenis kies je voor een benen, houten of hoornen naald, en wol maar met een borduurnaald of tapijtnaald kan het ook. Geen scherpe punt is eigenlijk de enige voorwaarde, wellicht niet eens een harde. En voor draad kun je ook elke soort kiezen. Een dikke draad is wel fijn en makkelijker, helemaal als je net begint.

Maak een basislus. Hierop komen je steken te staan. Hou je basislus wat groter, zeg een doorsnede van 5 cm, dat werkt makkelijker bij het opzetten. Heb je voldoende steken, bv tien, dan trek je de lus dicht door aan het losse draadeinde te trekken. Op afbeelding 1 zie je basislus en de eerste steek, op afbeelding 2 staan meerdere steken op de lus.

afb. 1
afb. 1

 

afb. 2
afb. 2

Steken maken

Als je de losse draad hebt aangetrokken heb je je basis klaar, het ziet er een beetje uit als een rozetje. Nu kun je steken gaan maken. In afbeelding 3 kun je dat het beste zien, je zet als het ware steek op steek, lus op lus, in een cirkel.

afb. 3
afb. 3

Meer steken, grotere cirkel

Wil je meerderen, dan zet je twee keer een nieuwe lus op dezelfde onderlus; je maakt 1 lus/steek op een lus en voordat je verder gaat met die ernaast maak je er op dezelfde plek nog 1. Als je er de volgende keer langs komt heb je twee lussen op die plek, die je beide een nieuwe lus geeft. Meerderen doe je vooral in het begin omdat je anders een heel smal kokertje krijgt. Tenzij je dat wil natuurlijk.

Minder steken, kleinere cirkel

Minderen doe je door eenvoudig weg een lus over te slaan.

Nieuwe draad

Gebruik je wol, dan vilt je beide uiteinden aan elkaar. Dit doe je door beide uiteinden wat los te pluizen, ze in je hand uitgepluist en wel op elkaar te leggen, een beetje nat te maken, en ze dan tussen je handen te rollen. Door de warmte en de wrijving grijpen de wolvezels van de uiteinden elkaar vast. Gebruik je een ander materiaal dan is knopen het makkelijkste. Let wel, met een geknoopte draad kun je niet werken, de knoop past niet door de lusjes. Hou dus de knoop zo dicht mogelijk op je werk. Als je zorg dat alle knoopjes aan dezelfde kant zitten heb je aan het einde een duidelijke binnen- en buitenkant.

Afwerken

Ik knoop het laatste lusje gewoon vast.

Naaldbindsels

Je kan van alles maken met naaldbinden, tassen, mutsen, buidels, truien, kragen, beenwarmers, wanten, handschoenen, maar het meest bekend, en gebruikt zijn sokken. Dit is een van de manieren waarop je een paar zou kunnen maken.

Ga je voor sokken? Pas heel veel tussendoor!

Meer informatie

Naast de enkelvoudige buttonhole stitch zijn er vele andere steken. Ik vind deze het makkelijkste, maar dat kan voor iedereen verschillen. Als dit niet lukt, laat je niet ontmoedigen en probeer een andere.

Er is heel veel informatie te vinden op het internet over naaldbinden. Je kunt zoeken op: naaldbinden, nalebinding, nalbinding, needle binding, nail binding enz. Foto’s, filmpjes, omschrijvingen en voorbeelden.

 

Met dank aan shelaghlewins.com voor de afbeeldingen!

 

Hood (voor bij je mantel)

Hieronder een korte werkomschrijving van hoe je een hood maakt voor op je mantel (klik op het plaatje voor een groter en leesbaar exemplaar).  Omdat het erg afhankelijk is van wat je wilt en welke stof je gebruikt raad ik je aan vooral veel te passen tussendoor. Zelf doe ik dat ook, en het komt voor dat ik halverwege aanpassingen moet doen aan het oorspronkelijke plan omdat de stof bijvoorbeeld niet lekker meewerkt. Een vouwtje hier, een extra naadje daar, toch een beleg, naden apart leggen en stikken… pas, kijk en zie gaandeweg.

 

hood

 

 

Eenvoudige, half ronde, lange mantel

 

Nice, nietwaar?

Hoe maak je dat nou..?

Nou, das niet zo moeilijk.

Wat heb je nodig:

  • 3 meter stof van c. 1.50 breed
  • schaar, stofkrijt, spelden
  • ruimte 😉

I

Vouw de stof helemaal open. Leg hem dan opnieuw dubbel maar dan met de brede zijde op elkaar.

Zie 1, 2 en 3 in figuur a.

 

figuur 1
figuur 1

 

II

De stofvouw wordt je rug, de open zijde ernaast wordt de voorkant van je mantel. Zie figuur 2.

figuur 2
figuur 2

 

III

Teken nu een kwart cirkel/ovaal af. Van b naar c, zie figuur 3. Wat kan helpen is een touwtje van 1.40 of 1.50 (de stofbreedte van a naar b), hou de ene kant vast bij a en gebruikt het dan als een soort reuzepasser, van b naar c. Zo krijg je de mantel aan alle kanten even lang.

 

figuur 3
figuur 3

Knip bij a een klein stukje halslijn uit. Hoe groot je die moet knippen is afhankelijk van je stof en hoe je wilt dat de voorkant van je mantel valt. Als je wilt dat de voorkant gesloten voor je lichaam valt, dan heb je een diepere nek en soepel vallende stof nodig. Als je de mantel meer op je schouders wilt zodat de voorkant van je lichaam vrij is, knip dan een ondiepe halslijn.

Begin met een kleine, ondiepe lijn en kijk wat de stof doet en of het is wat je wil.

IV

Pas!

Is de lengte goed?

De voorkant is c. 145, het midden van de rug ook. Het kan zijn dat de bocht nog te ruim is, waardoor de mantel op dat punt de grond raakt. Knip daar dan bij.

Is de halslijn goed?

Pas aan wanneer nodig, hou er reken mee dat je ook nog moet omzomen.

V

Omzomen

De halslijn kun je inknippen om het omvouwen wat makkelijker te maken, figuur 4. Je kunt er ook een beleg in naaien, knip dan een band in exact dezelfde vorm, leg die zo dat de goede kanten tegen elkaar aan liggen, spelden, naaien langs de rand, kleine stukjes inknippen, omvouwen, spelden en weer langs de rand naaien. Zie figuur 4 a.

figuur 4
figuur 4
figuur 4 a
figuur 4 a

 

En een voorbeeld van vouwen voor het omzomen.

figuur 5
figuur 5

VI

Tot slot: versier je mantel met kaartweef- of bandweefband, en andere sierband, borduursel, verzin een goede sluiting, van eenvoudige touwtjes of koordjes (vlecht, punik, lucet) tot gespen, brooches, kruisbanden enz. Er valt nog te denken aan een kraag, een hood of handgaten ter hoogte van je handen.

Er zijn verschillende manier om je mantel te dragen, de opening recht voor, of op je schouder waardoor je een arm vrij hebt, de zijkanten helemaal naar achter, of een zijkant over de andere schouder geslagen. Vergeet ook niet dat je er lekker op kan zitten of onder kunt slapen 😉

Bandweven

Bandweven is een eenvoudige weeftechniek waarbij geen ingewikkelde getouwen, veel gereedschappen of specifieke materialen nodig zijn. In principe heb je voldoende aan een bandweefkam en een paar bolletjes garen, dat wat je echt nodig hebt is handzaam en licht. Er is altijd wel een plekje om ergens een bandweefje op te zetten en te gaan zitten weven.

Daarnaast is het makkelijk aan te leren, en biedt het veel variatie wanneer je de basis eenmaal onder de knie hebt. De banden kun je gebruiken als sierrand op je kleding, hengels voor een tas, riem, hoofdband, of aan elkaar naaien en er dan van alles mee maken.

Dit artikel schreef ik omdat ik veel vraag kreeg naar bandweven, wat het is en hoe het werkt. Er is zover ik weet, 1 boekje in het Nederlands over bandweven, uit 1973, alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Natuurlijk valt er genoeg op internet te vinden, in allerlei talen, maar toch, in het Nederlands, en je moedertaal is wel zo makkelijk als je jezelf iets aanleert, valt het tegen. Daarom dit artikel; eerst iets over de geschiedenis en daarna de praktijk.

Geschiedenis van het bandweven

Het weven op zich is al heel oud en ook erkend als 1 van de oudste ambachten. In 2013 vond men in Turkije een geweven stukje linnen , zo’n 7000 jaar oud.

Maar hoe zit het bandweven? Men zegt dat bandweven al gedaan werd in de, bij ons bekende, IJzertijd. Het valt echter niet mee om daadwerkelijk hard bewijs te vinden voor deze stelling.

Roman rigid heddle found in South Shields. Bone framed in metal. Illustration from John Peter Wild „Textiles in Archaelogy”
Foto: John Peter Wild „Textiles in Archaelogy”

 

 

Dus ik ben op zoek gegaan naar vondsten. Het eerste bandweefkammetje wat teruggevonden is, tot nu toe dan, komt uit de Romeinse Tijd (1ste tot 5de eeuw n. Chr.) en is gevonden in Groot Brittannië. Gezet in metaal, de kam zelf is van been.

 

 

statens historiska museum 1100 -1500
Foto: Historiska Museet, Stockholm Zweden

 

 

Dan is daar nog de vondst uit Gotland, Zweden, ruim gedateerd tussen 1100-1500. Gemaakt van hoorn.

 

 

Herkomst foto onbekend

Voorts: twee fragmenten, gevonden in Bergen, Noorwegen. Links is elandhoorn ( gedateerd 1238-1332), rechts is naaldhout (gedateerd 1170-1198). Herkomst foto onbekend.

 

 

 

En tot slot nog een leuke afbeelding. Arachne and Minerva, uit The Epistle of Othea , c. 1450-1475, waarbij Arachne óf Minerva achter een bandweefgetouw zit.

Koninklijke bibliotheek Den Haag

 

Wat valt er nu af te leiden van deze afbeeldingen. Wel, in ieder geval dat bandweven in Romeinse tijd bekend was onder de Romeinen, en gezien de plaats van de vondst hebben zij deze ambacht ook meegenomen het hele rijk door, of in ieder geval al naar Engeland. Veel Romeinse gebruiken zijn overgenomen door de lokale bevolking, dus kende men het toen nog niet, dan is de kans aanwezig dat er toen mee kennis mee gemaakt werd op grote schaal. Dat het ambacht bewaard is gebleven bewijzen de latere vondsten en naarmate we dichter bij de 21ste eeuw des te meer is er te vinden, vondsten van over de hele wereld. Ook vaak bij inheemse bevolking, indianenstammen in de Verenigde Staten, de Sami in Noord Scandinavië, stammen uit Afrika en Azië.

Daar komt bij dat iets niet zomaar ontstaat, daar gaat een proces aan vooraf. Dat Romeinse kammetje was niet enig in zijn soort en het is zeer onwaarschijnlijk dat deze pas kort daarvoor was ontstaan. Gezien het feit dat weven zelf al veel langer bekend was, en er ook weefkammen en kaartweefkaartjes van eerder dan de Romeinse tijd terug zijn gevonden is het niet heel onaannemelijk dat bandweven inderdaad al veel ouder is.

Enfin, zeker weten doen we pas echt als er ergens een mooie vondst opduikt. Genoeg hierover, aan de slag!

Termen

Ik begin met het uitleggen van een aantal termen, zodat deze bekend zijn.

 

Figuur 1
Figuur 1

Schering
De schering is de verzameling lange draden (kettingdraden) die de basis van je band vormen. De schering bepaald ook het patroon bij het bandweven. In figuur 1 zijn de schering draden aangegeven met het cijfer 2. In de bandweefkam zitten de scheringdraden in vaste gaten en in de losse sleuven. Door de kam op en neer te bewegen wisselen deze van plek, van boven naar onder.

Inslag
De inslag is de draad die haaks tussen de dubbele schering door gaat, in figuur 1 nummer 6. Deze draad houdt de schering op zijn plek. Beweeg je de kam van boven naar onderen dan fixeer je de inslagdraad op zijn plek.

Weefkam

Bandweefkam
Bandweefkam

Bestaat in diverse soorten en maten. Maar hier spreken we van de bandweefkam. In figuur 1, nummer 3.

Steekspoel

Steekspoel
Steekspoel

Hierop wordt de inslagdraad gewikkeld. Deze gaat heen en weer tussen de scheringdraad en kun je ook gebruiken om aan te slaan. In figuur 1, nummer 7.

Toer
In dit geval, in keer met je steekspoel en inslag tussen de schering door, kam verzetten en aanslaan.

Aanslaan
Aanslaan houdt in dat je de steekspoel tussen de schering zet en deze met enige kracht richting je weefsel beweegt. Je duwt je weefsel aan om te zorgen dat alles recht zit en stevig en goed op elkaar aan sluit. Je maakt tevens ruimte voor je inslagdraad. Je kunt hiervoor je steekspoel gebruiken maar ook je hand, wat voor jou prettig werkt. 

Teruglussen

Teruglussen, foto: ABC sportvissen
Teruglussen, foto: ABC sportvissen

 

 

Knooptechniek om lange draden bij elkaar te houden en handzamer te maken. Sla de draden om je hand en pak met dezelfde hand de overige draden op en trek die er door heen in een lus. Je kunt hem stevig aantrekken. Als je aan het andere einde van de draden trekt, trek je de lus weer los.

 

 

 

 

 

 

Materiaal

  • weefkam
  • steekspoel
  • draad (katoen, wol, polyester, zijde)
  • voorts, allerhande gereedschappen en voorwerpen die handig zijn, kijk even wat voor jou het beste werkt. Ik gebruik onder andere een sluitclip (vershoudclip), extra stevig touw of garen, kleine platte stokjes (bijvoorbeeld ijslolly stokjes)of rechte stukken karton.

Als je voor het eerst begint met weven is het aan te raden om een wat dikkere draad te nemen. De draad moet sterk zijn en niet pluizen om gebroken draden en pluis wat je kam kan verstoppen te voorkomen. Het werkt het makkelijkste en het mooiste als alle draden even dik en van dezelfde soort en kwaliteit zijn. (Tenzij je gaat patroonweven, maar dat is even wat anders.)

Patroon bepalen

Je kunt de meest ingewikkelde patronen maken met bandweven.

Hier hou ik het voor nu even bij de meest eenvoudige; het patroon van twee rijen; ook wel doorslagbanden genoemd. Door de dubbele scheringlijnen, waarvan de losse schering in de sleuf op en neer beweegt doordat je de kam naar boven en naar beneden zet tijdens het weven, ligt eerst de ene rij (rij 1) boven en dan de andere (rij 2).

Schema
Schema

Kies nu de kleuren die je wilt in de eerste rij en dan die van de tweede rij.

Voor beeld van een kleurpatroon:

Kleurschema
Kleurschema

Het aantal draden die je dan nodig hebt is nu vrij eenvoudig af te lezen van je patroon, hoeveel gekleurde blokjes per kleur heb je?

In dit geval:

Rood= 7 draden

Oranje= 8 draden

Geel= 10 draden

Het patroon ziet er dan als volgt uit, beginnend bij rij 1, dan 2, opnieuw rij 1, weer rij 2 enz.

Kleurschema uitgewerkt
Kleurschema uitgewerkt

Knip de draden iets langer dan je de band wilt hebben want je verliest tijdens het weven een stukje lengte. Hoeveel is afhankelijk van hoe strak je weeft en hoezeer je garen rekt.

Knip ze wel allemaal even lang. Makkelijkste is om de draad om twee vaste punten heen te wikkelen (bv 2 stoelen), zo kun je ook meteen beginnen de juist spanning op alle draden zetten.

Heb je voldoende draden op de juiste lengte afmeten, in dit patroon 25 losse draden, dan wikkel je ze op een stok of lus ze terug. Probeer dit zo netjes mogelijk, of zelfs op volgorde te doen, dat scheelt later ontwarren. Heb je een hele lange band, dan kun je de schering ook deels vlechten.

Nu, wikkel de inslagdraad om je steekspoel. Je kan de kleur kiezen van je buitenste scheringdraden, in dit geval dus rood, dan zie je weinig van de inslagdraad terug. Je kunt ook voor een totaal andere kleur kiezen, kwestie van smaak. Je zal een stukje van de draad kunnen zien aan de buitenkant van de band. Hoe langer de band, des te meer inslagdraad je nodig hebt. Wees er hoe dan ook niet zuinig mee want dan moet je om de haverklap vernieuwen, maar niet te dik, want dan past hij niet meer tussen de schering door.

Steekspoel
Steekspoel

Het opzetten van de band

Je begint nu met het inrijgen van de scheringdraden. Neem een uiteinde en haal die door een van de vaste gaten. Gebruik desnoods een naald of haaknaald wanneer dit handiger blijkt. Rijg in volgens je patroon/ kleurschema.

In dit geval begin je dus met rij 1, de vaste gaatjes: rood, oranje, oranje, geel, geel, geel, rood, geel, geel, geel, oranje, oranje, rood. De vaste rij zit nu vol. Ga verder met de sleuven, rij 2: rood, oranje, oranje, geel, geel, rood, rood, geel, geel, oranje, oranje, rood.

Kleurschema
Kleurschema
Ingeregen bandweefkam, bovenaanzicht
Ingeregen bandweefkam, bovenaanzicht

De uiteinden van de schering draad aan de achterkant van de kam hou je samen met bijvoorbeeld een wasknijper of een vershoudclip. Als je klaar bent neem je de losse uiteinden stevig samen, leg er een knoop in of wikkel er strak een draadje omheen. Ze mogen in ieder geval niet meer kunnen verschuiven.

Weven

 

Figuur 2
Figuur 2

 

De lange kant van de scheringlijn (figuur 2, C), op een klos of samengelust, bind je aan een stevig, vast punt. Bijvoorbeeld een deurkruk of spijl van de trapleuning, of als je buiten bent, een boom. Een extra touwtje kan hierbij van pas komen. Het is ook handig als het punt iets hoger is dan je middel. Neem de kam in handen en ga op zo’n 2 meter afstand staan. (Mag langer, maar is lastiger en met een kortere afstand zit je je eigen weefwerk vaak in de weg, kijk gewoon wat voor jou werkt). Bind de knoop met de losse uiteinde vast aan je riem (figuur 2, A), of sla een extra touwtje om je middel en bind het daaraan vast. De kam blijft binnen je handbereik maar niet te dicht bij je startpunt.

Belangrijk is dat je de schering draad op continue dezelfde spanning houdt. Je kunt er een stoel bij pakken of op de grond gaan zitten, zolang de alle draden maar even strak blijven staan. Met strak bedoel ik in een rechte lijn van begin tot eind met enige spanning op de schering. Dit is vrij persoonlijk ook, dus probeer uit en kijk wat voor jou werkt.

Neem nu de steekspoel. Zet de kam zo dat de draden in de vaste gaatjes boven liggen. Ga met je hand (of gebruik hiervoor je steekspoel) in het deel voor de kam, dus tussen de kam en je middel, ( figuur 2, B) tussen de bovenste en onderste scheerlijnen door. Sla de draden aan tot het begin, zodat ze allemaal goed los liggen van elkaar. Haal nu je steekspoel erdoor, van rechts, tussen de scheringdraden door, naar links. Laat een los uiteinde draad over aan de rechterkant. Sla de inslagdraad eventueel aan met vingers of met zwaard, leg hem desnoods nog even recht.

Pak nu de kam en beweeg deze naar boven zodat de scheringdraden in de sleuven boven komen te liggen. Sla aan en haal de inslagdraad erdoor van links naar rechts. Probeer de inslag draad even strak aan te trekken als de vorige keer. Het kan helpen als je het laatste stukje van de draad bij het lusje begeleid met je vingers. Leg hem eventueel weer recht. Sla aan. Pak opnieuw de kam, beweeg hem naar beneden, sla aan, haal je steekspoel erdoor, kam naar boven, sla aan, spoel erdoor enz. 

 

Bandweefsel, bovenaanzicht
Bandweefsel, bovenaanzicht

Op een gegeven moment kun je er niet meer bij de kam. Geef jezelf dan meer werkruimte door wat van de scheringdraad van de klos af te rollen of een lus eruit te trekken en trek het andere uiteinde (die bij je middel) aan.

Hou de spanning van de scheringdraden in de gaten, deze moet hetzelfde blijven.

Probeer regelmatig te weven, de band overal even breed te houden. In het begin is dit even lastig, de draden trekken samen, maar na een aantal centimeters wordt het weefsel rechter en kun je goed zien wat je doet. Je eerste band zal wat wiebelig zijn waarschijnlijk, overal een even brede bandbreedte is technisch best lastig en iets wat je met oefening onder de knie krijgt. Hulpmiddelen hierbij zijn streepjes zetten op je steekspoel, of op je vingers zodat je af kan meten, of een centimeter gebruiken en incidenteel meten. Maar kijk vooral goed. Zie je de inslagdraad, dan weef je te los, komt je patroon niet goed te voorschijn of wordt de oppervlakte erg bobbelig, dan weef je te strak.

Inslagdraad vernieuwen en afhechten

Het aanhechten heb je nu al achter de rug. Als het goed is is je band stevig genoeg om de inslagdraad op zijn plaats te houden. Bij twijfel kun je het losse stuk van de inslagdraad in de tweede toer nog een keer mee weven met de gewone inslag, helemaal of halverwege. Het losse uiteinde komt dan aan de andere kant te liggen of aan de onderkant. Deze kun je wegwerken als je band af is. Haal het door een naald en steek het een paar keer met de kleur mee weg.

Als je inslagdraad op is laat je het uiteinde hangen. Wikkel nieuwe draad om je steekspoel en ga verder waar je gebleven bent. Weef de oude inslagdraad weer een paar keer mee. Werk uiteindelijk de uiteindjes weg als je helemaal klaar bent.

Is je band helemaal af (of heb je er genoeg van of ben je er helemaal klaar mee of wat dan ook maar, je wilt ermee ophouden), Wikkel even een draadje om de schering na je laatste toer. Haal de schering uit de kam. Je kun nu de uiteinden op verschillende manieren afhechten. Je kunt per twee of drie draadjes knoopje maken, je kunt kleine vlechtjes maken of gewoon simpelweg een knoop erin leggen.

Mogelijkheden

Staand
Om te voorkomen dat je ‘vast zit’ aan je werk kun je ook beide punten van de band vastbinden aan een vast punt en erbij gaan staan. Je kunt dan makkelijker erbij weg lopen. Let wel op je spanning, als je een flink stuk wilt weven en je spant je band lang op is het erg lastig de spanning goed te krijgen. Ga ervan uit dat de band strak moet staan.

Backstrap
Een band om je middel waar je aan de voorkant je weefband bevestigd. Kan meer stevigheid geven dan simpelweg aan je riem knopen.

Andersom
Ik weef van me af, de band begint bij mijn middel en ik werk omhoog. Mijn toeren zitten voor de kam. Er zijn ook mensen die andersom prettig vinden. Het begin van je band bindt je dan ergens aan vast, en je werkt achter de kam, naar je toe.

Loom/ weefgetouw en hulpmiddelen
Er zijn heel veel verschillende manieren van weven en evenzoveel weefgetouwen, van klein naar groot en voor elke weefvorm. Voor het bandweven heb ik zelf een heel eenvoudige getouw.

Mijn bandweefraam
Mijn bandweefraam

Een plank met hoge staanders met daartussen een stuk rondhout en lage staanders met daartussen een stuk rondhout. Het werkt voor mij goed, ik zet hem ergens neer en ik weef. Kan zelf bepalen hoe en waar ik zit, zonder dat ik vast zit.

Ik gebruik ringen om de band in het begin vast te maken, een recht stukje karton om de scheringdraden in het begin om te plaats te houden en meteen te kunnen beginnen met een recht weefsel. Een zelfgemaakte steekspoel met extra puntje voor het patroonweven. Mijn weefkam hangt onderste boven, anders is hij topzwaar en draait hij voortdurend. Vershoudclip om de schering op zijn plaats te houden en tot slot kan het hoge rondhout als opbind werken.

Wat ook kan is een box loom, zoals die uit Staffordcastle, 15de eeuw, en dan een moderne versie.
Kleiner en handzamer en de band is aan beide kanten op te winden.

Box loom, Staffordcastle, 15de eeuw
Box loom, Staffordcastle, 15de eeuw

Of, wat ook kan is een inkle loom. Hierbij lust de schering over diverse stukken rondhout. Hoe meer stukken, hoe langer je band. Vaak wordt bij een inkle loom gebruik gemaakt van kettindraden, maar een bandweefkam (of kaartweefkaartjes) kan ook. Voordeel is de verdeling van de spanning die je makkelijker gelijk kan houden.

Inkle loom, afbeelding: www.schachtspindle.com
Inkle loom, afbeelding: www.schachtspindle.com

 

Patroonbanden

De twee rijen geven al heel veel mogelijkheden voor patronen. Maar er kan veel meer met bandweven. Je kunt er ook patroonbanden op maken. Dit doe je door de scheringdraden juist omhoog te halen of naar beneden te drukken. Deze draden komen dan los over 1 of meer toeren op het weefsel te liggen. Bij het samenstellen en inrijgen van je kam krijg je dan verschillende soorten draden, de ondergronddraden en je patroondraden. Neem voor je inslagdraad dezelfde kleur als de ondergrond om te voorkomen dat je inslagdraad zichtbaar is. Makkelijk: schrijf je patroon helemaal uit en nummer je patroon draden. Bijvoorbeeld:

Toeren Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt Nummer van draad die je oppakt
13

5

12

5

4

11

5

4

3

10

4

3

2

9

3

2

1

8

2

1

7

1

6

2

1

5

3

2

1

4

4

3

2

3

5

4

3

2

5

4

1

5

Voorbeelden van patroonbanden:

Problemen..(brr)..

  • Een van de scheringdraden hangt los of zit losser dan de rest.

Dan zit de spanning van die draad niet goed. Mogelijk is hij ergens losgeraakt bij het lussen of opbinden. Zoek het probleem op, haal wanneer nodig de scheringdraden los en wind of bind ze opnieuw op.

  • Een van de scheringdraden is geknapt

Als je met wol werkt kun je proberen kun je proberen beide uiteinden weer aan elkaar te vilten. Pluis beide uiteinden wat uit elkaar, maak je handen een beetje nat, leg de uiteinden op elkaar op 1 hand, leg je andere hand erboven op en rol rustig maar stevig de draad tussen je handen. Het kan zijn dat de draad op dat punt iets dunner wordt, maar daar zie je vaak weinig van weer uiteindelijk. Geen wol; knoop beide uiteinden aan elkaar en weef zo lang mogelijk door. Eenmaal bij dat punt, knoopje los en aan de andere kant van de kam weer vastmaken. Probeer het knoopje aan de onderkant van je weefband te krijgen. Lukt dat niet, maak dan het knoopje los en laat de draad die uit je band komt naar beneden hangen, sla de draad die je nog moet weven om de inslag draad, goed aanslaan en verder weven. Aan het einde de losse draden wegwerken.

Als dit vaak gebeurt is je materiaal niet sterk genoeg om mee te weven en/of kan het de wrijving van de kam niet aan. Overweeg ander materiaal.

  • De scheringdraden zitten in de knoop

Een beetje knoop hoeft niet erg te zijn. Is het echter een warboel, zorgt dat je bandweefkam en het begin vastzitten en alles ontwarren en opnieuw opwinden of opbinden.

  • Ik wil snel op kunnen staan maar zit vastgeknoopt

Overweeg een backstrap met een haak. Of alleen een haak zodat je de haak losmaakt en vrij kunt bewegen. Of overweeg een weefgetouw, in diverse vormen.

  • Ik krijg last van mijn onderrug

Veel voorkomend probleem door de statische houding. Zorg dat je zo comfortabel mogelijk zit, en niet teveel over je weefwerk buigt. Gebruik een kussen. Met een weefgetouw kun je makkelijker een andere houding aannemen zonder dat dit meteen invloed heeft op je spanning als je vastgebonden zit.

  • Mijn bandje is erg wiebelig, van dun naar breed

Dit heeft te maken met je spanning en met hoe strak je de inslagdraad aantrekt. Probeer beide gelijkmatig te houden, vooral een kwestie van veel oefenen.

Tot slot
Bandweven is, net als zoveel andere dingen,  gewoon een kwestie van doen. Wat voor de een werkt, werkt voor de ander niet. Sommigen weven losjes, anderen weer veel strakker, voor een groot deel is het afhankelijk van wat je zelf prettig en mooi vind. Hetzelfde geldt voor je hulpstukken, je kunt een getouw gebruiken, of niet. Het is niet noodzakelijk. Probeer en je komt er vanzelf achter.

Succes!

 

Meer weten?
The Weaver’s Inkle Pattern Directory: 400 Warp-Faced Weaves boek van Anne Dixon, met heel veel praktische informatie.
Facebook: zoek op dutch inkle weavers.
Online patroon samenstellen, http://www.carolingianrealm.info/PatternGenerator.php