Birka pet type B (aka panelpet)

 

Banner ambachtenmarkt, te Amersfoort

Met de ambachtenmarkt op de Schothorst (Middeleeuws Erf De Bergkamp) in het vooruitzicht ontstond het plan om eens wat anders te gaan doen; een soort miniworkshop Birka petjes maken. Echte viking mutsen.

foto: othala craft

 

Het patroon was er al en stof en garen genoeg, geen punt. Nog even een kleine handleiding. Maar dan kan ik het toch niet laten om er wat dieper in te duiken. En dan komt er ineens info boven water wat ik eigenlijk niet had zien aankomen.

Laat ik beginnen bij het begin.

Birka is een van de belangrijkste en bekendste historische vindplaatsen als het gaat om archeologische vondsten uit het Vikingtijdperk. Het was een stad op het Zweedse eiland Björkö, met naar schatting zo’n 500 tot 1000 inwoners in haar hoogtij dagen. Tussen 750 en 975 was Birka onderdeel van een uitgebreid netwerk van handelsplaatsen die een duidelijk stempel hebben gedrukt op de ontwikkeling van Europa. Goederen vanuit heel Scandinavië, Finland, Centraal en Oost Europa werden hier verhandeld. De grootste opgravingen vonden hier plaats tussen 1871 en 1895, geleid door Hjalmar Stolpe. Hij ontgroef c. 1100 graven. Textielvondsten kenden toen nog weinig belangstelling. De textielfragmenten zijn later geanalyseerd door Agnes Geijer in 1938 en opnieuw door Inga Hägg in 1974 en 1986.

Hägg beschrijft in Fornvännen (Birkas orientaliska praktplagg, Inga Hägg, nr. 78, 204-223) dat er twee typen petten/ mutsen zijn gevonden. Type a, van het puntige soort (ander verhaal) en type B. Daarover schrijft ze, vertaald uit het Zweeds:  Another hat, type B, was found in maybe six of the graves. This was rounded over the head and had decorated borders of drawn and spun silver wire. Dus niets over het gebruikte materiaal of de constructie. Zover mij bekend is er verder geen onderzoek naar gedaan. Wat volgt is een mooi verhaal over gelegde linken met in de hoofdrol een oude kit guide van een Zweedse re-enactmentgroep,  een aantal musea met voorbeelden, vrij recente Zweedse klederdracht met ook zo’n petje en Oosterse invloeden.

Dat laatste blijkt interessant. In het Oosten is de ‘skull cap’ of ‘panel hat’ namelijk wel teruggevonden.

A.A. Ierusalimskaja, Die Gräber der Moshchevaja Balka: Frühmittelalterliche Funde an der Nordkaukasischen Seidenstrasse. Editio Maris, Munich 1996.

 

De graven van Moshchevaya Balka liggen hoog in de Caucasus. De vondsten worden toegedicht aan het Alanic cultuur, 8ste tot de 10de eeuw. De vindplaats lag in de buurt van de zijde route. Nu is het bekend dat Birka veel Oosterse invloeden kende, maar voldoende voor een petje zoals deze?

 

 

 

 

 

Ik kwam ook nog de Tollund man tegen. Dat is iets verder terug, IJzertijd, maar wel wat meer in de regio; Denemarken.

Tollund man bog body, with skin cap 220-40 v. Chr. Silkeborg Museum, Denemarken. Foto: Science Photo Library E439/0015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dus, om even samen te vatten. Er is iets gevonden wat door de archeologen is aangeduid als een ronde, over het hoofd gevormde pet. Het is niet bekend hoe de constructie was. Uit dezelfde tijd is een eind verderop wel een dergelijk petje, met het patroon zoals nu in gebruik, bekend. Dichterbij in afstand ook, maar dan weer een aantal eeuwen eerder. Er is geen echt hard bewijs. Maar om nou te zeggen dat het absoluut niet kon…

Textiel archeologie. Ravensburgerpuzzels zijn er niks bij.

Door naar het praktische deel.

Wij maken een 4 panelen pet.

1 paneel, c. 16 cm breed en 21 cm hoog voor volwassen maat met naadtoeslag
4 panelen aan elkaar

 

 

 

 

 

 

 

Zaak is om de panelen per twee aan elkaar te naaien. Je kan daarvoor de volgende steken gebruiken. De running stitch is historisch verantwoord, over de stiksteek bestaat wat discussie. De stiksteek is meer werk, maar ook steviger.

Stiksteek, van 1 naar 2 naar 3 en naar 1

 

Rijgsteek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 panelen, 1 kant naaien

 

 

 

 

 

 

Daarna leg je de 2 x 2 panelen op elkaar en naai je ineens half rond.

 

 

 

 

 

Platleggen van de naad naar 1 kant

Voor het mooi en de stevigheid leg je de binnennaden plat met een whipstitch.

 

 

 

 

 

Whipstitch / overhands steek

 

 

 

 

Zoom leggen aan de onderkant. Daarvoor kun je ook de whipstich gebruiken.

 

 

 

 

 

 

Tadaa!

 

 

 

 

 

Optioneel: Een decoratief bandje, bijvoorbeeld een kaartweefband zoals in het voorbeeld. In Birka vond men redelijk wat posament. Dat is een versiering is gemaakt van zilver, brons of gouddraad. De draden zijn gedraaid om een stoffen kern, los of in met 2 in een spiraal. Ze werden in patronen of figuren gedraaid en op kleding genaaid.

Ik wens je een lekker warm hoofd toe 🙂

Mijn marktseizoen gaat beginnen. Dat heeft als gevolg dat ik een bestellingen stop heb op kleding en stof tot na Castlefest.

Je kan me in de tussentijd vinden op:

– Meimarkt, Ribe, Denemarken, 3 t/m 5 mei
– Keltfest, Vijfhuizen, Nederland, 25 en 26 mei
Pinksteren Vikingmarkt , Openluchtmuseum Eindhoven (home), Eindhoven, Nederland, 8,9 en 10 juni
– Viking Summermarket, Haithabu, Duitsland, 11 t/m 14 juli
– Castlefest, Lisse, Nederland, 2,3 en 4 augustus

Kom vooral hallo zeggen!

Garen, naalden, boekjes enz bestellen is geen probleem, daarvan is de voorraad makkelijk op peil te houden. Uiteraard maak ik de reeds bestelde kleding gewoon af 🙂 

Werk in uitvoering

Het is wat stil hier, maar dat houdt niet in dat er niets gebeurd 🙂

Ik werk aan een patronen boek, aan de voorraad voor de komende markten en aan 4 uitgebreide bestellingen voor kleding.  Ook heb ik de afgelopen maanden met veel plezier wat naaldbindworkshops gegeven en is er op verzoek een bandweefworkshop in ontwikkeling.

Druk, maar leuk!

2019

De agenda voor 2019:

  • Meimarkt, Ribe, Denemarken, 3  t/m 5 mei
  • Keltfest, Vijfhuizen, Nederland, 25 en 26 mei
  • Pinksteren Vikingmarkt , Openluchtmuseum Eindhoven (home), Eindhoven, Nederland, 8,9 en 10 juni
  • Viking Summermarket, Haithabu, Duitsland, 11 t/m 14 juli
  • Castlefest, Lisse, Nederland, 2,3 en 4 augustus
  • Schothorster vikingmarkt, Amersfoort, Nederland, 7 en 8 september
  • Wintercastlefest, Lisse, Nederland, 23 en 24 november
  • Midwinter fair, Archeon, Alphen aan den Rijn, Nederland, 7 en 8 december

Alle goeds voor 2019 allemaal!

Fijne dagen!

Het einde van het jaar is in zicht. Met twee geweldig leuke markten achter de rug neem ik nu een winterpauze. Tijd voor familie en om te bezinnen op het nieuwe jaar. Hele fijne dagen allemaal, wat je dan ook maar viert.

Ps: de shop is up to date hoor en bestellen kan altijd 🙂

Potje projecten

Zo vlak voor een grote markt krijg ik het vaak op mijn heupen… Heb ik wel genoeg.. Zou ik niet.. Iets nieuws is misschien… ? Met veel activiteit als gevolg. Een week of 3 geleden  kreeg ik zo het potjes virus te pakken. Een potje, met vulling en dan bovenop een speldenkussen. Van die, die je op pinterest ook altijd ziet…. Jaaaaa! En aan de slag.

Zo’n bedenk proces omhelst nogal wat stappen. En dreigt af en toe gierend uit de bocht te vliegen. Dat gebeurde hier ook een beetje mee. Een beetje maar hoor. Mijn werktafel is nog zichtbaar, alle potjes zijn nog heel, ik heb nog wat tijd over, valt best mee. Al heb ik al wel 4 keer gedroomd over potjes en hun vullingen.

Ik begon met een potje met van alles wat. Plus dat speldenkussen. Een beetje leuk gevormd speldenkussen viel niet mee, maar het mag ook best een uitdaging zijn nietwaar 😉 Fotootje naar vriendinnen. Als eerste vraag kwam terug: kun je er ook wat mee maken?… Euh nee. Met deze niet. Maar! Ik heb nog meer potjes.

Ik had inmiddels ook een aantal kleine potjes. Voor kleine projectjes. Eenvoudige projectjes ook misschien. Niet lang daarna ontstond

Het Geurzakje Potje 🙂

Met lavendel, een stofje, lintje, hanger en gebruiksaanwijzing, én speldenkussen.

Ik ben een enorme poppenliefhebber. Vooral van het stoffen soort. Dus aan de slag met het ontwikkelen van een sokkenpopje in potje. Dat bleek een omvangrijke dobber. Ik heb inmiddels aardig wat verschillende waldorf en lappenpoppen gemaakt, maar hoe omschrijf je dat. En wat heb je dan nodig, en vooral hoeveel? En wat past bij elkaar?

Foto van mijn werktafel, midden in het project. Nog redelijk opgeruimd.

Uiteindelijk begin je maar gewoon.  Start omschrijving gemaakt en aan de slag.  Bijschaven. Nog eens bijschaven. Patroon te klein, te groot. Buistricot van 4 of van 6 cm.. ?

Ik had tekeningen gemaakt, maar die bleken helemaal niet goed overkomen nadat ze gescand waren. Dan maar met een zwarte pen aan het tekenen. En hoe kleed ik het aan, ook nog zoiets. Het was echt een heel proces.  Maar een lol dat ik had =D

Op deze foto wordt pot en inhoud getest. Stel je voor dat ik er op mijn tenen omheen sluip en niks probeer te zeggen..

Maar uiteindelijk is het gelukt. En staan er vier poppenpotjes klaar om de wereld in de gaan en gemaakt te worden!

Avonturen in rood en oranje

 

Twee weken geleden was ik op het verfweekend van de middeleeuws erf Schothorst in Amersfoort. Met een aantal mensen hebben we op zaterdag en zondag geverfd met uienschillen, indigo en meekrap. Ik heb met op zaterdag vooral op de indigo gericht omdat het bewerkelijk verfrecept is waar je goed op tijd en dergelijke moet letten. Zo’n uienschil bad stelt in vergelijking niet veel voor, dat zet ik dan op, kook de kleur uit de schillen en voeg de wol toe. Hoe meer schillen en hoe langer het bad hoe donkerder de kleur tot een mooi diep okergeel. Jammer dat het niet erg kleurvast is, maar dat schijnt sowieso lastig te zijn met geel. Maar opnieuw verven is vrij eenvoudig dan.

Meekrapwortel, foto van Meervilt

Maar over dat meekrap bad. Er zaten een aantal stroken zijde in, maar tegen de verwachting in, want zijde verft meestal erg snel en goed, kwamen deze niet veel verder dan een midden oranje kleur.  Terwijl een streng wol mooi rood werd.  Het lag dus niet aan de hoeveelheid meekrap. Een ander stukje zijde van andere kwaliteit werd ook mooi rood. Dus we hielden het erop dat het met de stof te maken had.

De volgende dag regende het de hele dag. In plaats van een vuurplaats vol met ketels zetten, werken we met  1 keteltje op onder het afdak. Wol voorbeitsen, meekrap afwegen, en alles in de ketel. Na 3 uur midden oranje. Eenmaal thuis en goed uitgespoeld nog lichter dan aanvankelijk leek. Wat was hier nou gebeurd? Waarom werd de streng wel rood en de lap niet?

Getriggerd pakte ik de boeken erbij. Ik had Wild Color van Jenny Dean al even op de plank liggen, maar vond nu tijd om hem te lezen. Prachtig en leerzaam boek (ik heb er een apart stukje over geschreven, zie onder de categorie boeken, absolute aanrader) en ik raakte gemotiveerd. Een week erna stond ik weer achter de ketels, maar nu in mijn eigen keuken.

Volgens Dean had ik de wollen lap moeten wassen. Geef toe, heb ik niet gedaan, het was een impulsieve actie. En beitsen in aluin. Dat is wel gebeurd, al had het wat langer gekund weet ik nu. Maar goed, ik maakte een nieuw verfbad meekrap, woog naar verhouding meer af en deed er een handvol soda bij. De natte wol in het bad, en gaan.

Koperen ketel
480 gram wol / 325 gemalen meekrappoeder
60 gram soda

Gedurende het weekend stookte ik de ketel 3 keer op.
1,5 uur – 70- 95 graden (te heet! niet opgelet, suf!)
3 uur – 50-70 graden
4 uur – 50- 70 graden

Ik heb de wol er niet uitgehaald, alleen gezorgd dat deze zo goed mogelijk onder water lag. In totaal heeft de wol er van zaterdagmiddag half 4 tot maandagavond half 8 in de ketel gezeten.

 

 

Maandagavond was het tijd voor het nabeitsen.  Op de foto hierboven zie je de resultaten.

1 = de wol na het eerste meekrap bad in Amersfoort
2 = de wol na het tweede bad bij mij thuis
3 = met een koude nabeits van ammoniak en kraanwater
4 = warme nabeits van 10 min  met ijzersulfaat en kraanwater
5 = koude nabeits van kraanwater en azijn

Ik vind 3 het beste gelukt, dat is mijn beoogde rood. De wol kwam mooi uit het bad, maar de nabeits gaf het wat meer warmte en diepte. Lastig te zien op de foto, maar maakt wel degelijk een verschil. Het ijzerbad is bruin geworden, geen verkeerde kleur al had er wat meer rood in mogen blijven. Ik heb wat strookjes korter dan 10 minuten gedaan, maar dat maakte niet veel uit. Bad is niet warmer dan 65 graden geweest, De nabeits met azijn ben ik niet weg van, het is een flets stukje stof wat over is gebleven, qua kleur tussen het eerste en tweede bad in.

Maar, ik was nog niet klaar…Wol en linnen genoeg, dus waarom niet nog wat meer uitproberen.

Galnoten. Foto van Meervilt.

Met het boek van Dean in de hand nam ik een meter linnen. Eerst wassen, warm stoken in een grote emaille ketel met soda en afwasmiddel, en dat 24 uur laten staan. Dan stap 1 van het voorbeitsen. Van een ander project had ik nog galnoten, een natuurlijke bron van tanine. Afwegen, koken, wachten, linnen in tanine aftreksel. Weer 24 uur wachten. De tanine kleurde van lichtbruin naar zwart in die tijd, heel apart. Stap 2 van het voorbeitsen, aluin in combinatie met soda. Beide oplossen in heet water en bad van maken. Linnen erbij, uurtje op circa 70 graden houden en laten afkoelen, weer 24 uur verder. Stap 3 werd een exacte herhaling van stap 2, zonder het linnen veel te spoelen. Voorts de ph waarde van het water gemeten, die was goed en toen een meekrapbad gemaakt in een grote emaille ketel en daar de uitgespoeld lap linnen aan toegevoegd. Uurtje stoken tot 60 graden, af laten koelen en 3 dagen laten staan.

Tegelijkertijd had ik een meter wol. Wassen in de machine op een wolwasprogramma met afwasmiddel. Dan voorbeitsen met aluin, verwarmen en afkoelen en 24 uur laten staan.  Vervolgens in het meekrapbad. Opstoken tot 60 graden en weer laten afkoelen,  en 4 dagen laten staan. Hierna nog het nabeitsen. Ik ben er druk mee geweest, maar wat ontzettend leuk was het weer.    

Wol

1 / Voorbeits in ijzer, 3 dagen koud meekrapbad, nabeits in  ammoniak (koud) (in werkelijkheid is de wol iets rozer dan op de foto)
2/ oorspronkelijke kleur, een helder oranje
3 / nabeits in ammoniak (koud)
4 / nabeits in kopersulfaat (warm)
5 / nabeits in kopersulfaat (warm) en tweede nabeits in ammoniak
6 / nabeits in ijzersulfaat (warm)
7 / nabeits in ijzersulfaat (warm en tweede nabeits in ammoniak (koud)

Wat me opviel was de heldere oranje kleur die er uit het oorspronkelijke bad kwam. Ik had juist donkerder verwacht. Maar zo helder had ik zelf nog niet eerder geverfd. Wat ook opvallend was dat nr 1 veel donkerder had moeten worden, en nu juist als lichtste uit de bus kwam.  Deed ik het staaltje er te laat in? De opwarming was al geweest dus ze heeft alleen een koud bad gehad.. Of was de werkzame meekrap reeds door zijn grootste ‘verf kracht’?

Linnen

Het linnen was erg interessant. Na een intensieve voorbeits is dit het resultaat.

1 / Koud nabeits bad met azijn
2 / oorspronkelijk uit het bad
3 / nabeits met kopersulfaat (warm)
4 / nabeits met ijzersulfaat  (warm)

Ik stond echt te kijken van de kleuren uit het koper en ijzer bad… =D

Ook hier heb ik overigens een dubbele nabeits gedaan, maar dat had eigenlijk weinig effect.

Prachtig hé, al die kleurtjes.. Ik wil eigenlijk nog wel meer 😉

Kijk voor de precieze recepten dat boek van Dean eens na. Ze heeft ook een erg uitgebreide site.

 

 

 

 

Workshop naaldbinden

Afgelopen maart heb ik op Erve Eme in Zutphen aan de vrijwilligers van dit prachtige erf een workshop naaldbinden mogen geven. Heel erg leuk om te doen!  Kort daarop kwam de vraag of ik dat niet nog eens kon doen, maar dan elders. Nou ja, graag! Nu het drukke marktseizoen achter de rug is ben ik spijkers met koppen aan het slaan en krijgt de volgende workshop vorm; pakketje met materialen, hoe ver is het, wat breng ik voor lekkers mee bij de thee…  😉

Mocht je nou denken: ‘Dat lijkt me ook leuk… Dat boekje is aardig, maar ik krijg het net niet onder de knie.’ Of ‘Ik heb geen idee waar je het over hebt maar wil het graag leren want ik werk zo graag met wol’. Of wat dan ook maar..  Stuur dan een mail, dan kunnen we kijken wat ik voor je kan doen.

Boek: Wild Color

 Wild Color, the complete guide to making and using natural dyes

Auteur: Jenny Dean

Revised and upodated edition, 2010

Wat een geweldig boek is dit!

Hij lag hier al enige tijd op de plank, ik had nog geen tijd gehad om me er echt in te verdiepen. Maar de laatste keer dat ik verfde liep iets niet zoals verwacht en ben ik er eens in gaan neuzen.  Ken je dat feest der herkenning gevoel? Nou, dat dus.. En veel meer.

Dean begint met een uitgebreide Introduction waarin ze verhaalt over het verven door de eeuwen heen. Beginnend met een voorzichtige link tussen rotstekeningen en het kleuren van textiel, door naar de eerste archeologische vondsten van c. 6000 jaar geleden. Van India, China, Noord Afrika en Zuid Amerika door de eeuwen heen naar Noordwest- Europa in de middeleeuwen. De opkomst van de gilden en de opening van diverse zeeroutes tot de ontdekking van synthetische verf. Daarna beschrijft ze diverse bronnen van verf, insecten, planten en slakken en hun geschiedenis.

Na de introductie is het tijd voor een meer praktische insteek. In Dying Techniques gaat het over gereedschappen, de ph waarde van het water, keuze van materialen om te verven (dierlijke materialen zoals wol, en plant zoals linnen en katoen). de voorbereiding van je stof en verfbad, verschillende soorten van voorbeitsen en nabeitsen, verschillende soorten verfmethoden (warm en koud bijvoorbeeld) en tot slot een aantal recepten voor indigo en wede.

Het derde deel van het boek, The dye plants, noemt tenslotte verschillende planten. Hoe ze te verbouwen en te oogsten en hoe ermee te verven.

Het verven met natuurlijke verfstoffen is een complex verhaal. Misschien niet moeilijk, maar wel een verhaal met heel veel verschillende factoren die allemaal invloed hebben. Dean geeft mijn inziens een goed overzicht van al die factoren en hoe je die in je voordeel kan laten werken. Ik heb nog nooit zo’n compleet  en handzaam boek gezien.

Enige noot die ik hier plaatsen kan is voor de historische verver in het kader van de authenticiteit : bepaal zelf of de plant of andere bron gepast is voor je tijd die je wilt uitbeelden.